Fuif

Het perfecte cadeau

We lopen door het regenachtige centrum van Almere, waar de dikke regendruppels op de puien van de marktkraampjes kletteren. Het maakt hetzelfde geluid dat mijn collega produceert als ze met een krappe deadline een stuk aan het tikken is. Dof geroffel dat maar door blijft gaan, tik, tik, tik.

“Mam, zullen we daar naar binnen gaan?”
“Hmm, het ziet er een beetje goedkoop uit.”
“Ja, dat is nu juist de bedoeling. Je wilde toch iets kopen waar ze echt blij mee zou zijn? Een kind van vijftien zit echt niet te wachten op een duifgrijze kasjmieren trui of op een vulpen met haar naam erin gegraveerd.”
“Wat is daar mis mee? Ik heb haar vorig jaar nog een…”
“Die vulpen ligt nog steeds ongeopend in de doos, stof te happen op de kast.”
“Ok, ok. We kijken hier wel eventjes. Al snap ik niet dat een jonge meid niet blij is met een prachtige pen waar ze haar hele leven mee kan doen.” Ze pakt me net iets te stevig bij mijn arm en duwt me de winkel binnen. Een zee van vrolijke frutsels strekt zich voor ons uit. Pennen met pluimen die uit de jaren ’90 lijken te zijn overgekomen, papieren pompoms voor in huis, krukjes van karton en linnen tasjes met motiverende motto’s.
“Mam, kijk! Wat vind je van deze schattige notitieboekjes?” Ik houd een boekje omhoog met op de kaft de tekst ‘Good girls go to heaven, bad girls go everywhere’.
Mijn moeder trekt haar linker wenkbrauw omhoog en krijgt het voor elkaar om tegelijkertijd beide mondhoeken naar beneden te laten wijzen. Hetzelfde gezicht trok ze vroeger als ik haar smeekte of ik alsjeblieft naar de discotheek mocht met mijn nieuwe vriendje.
“Wat denk je zelf? Ik denk toch echt dat een mooie zilveren bedelarmband…”
“Maham! Je bent niet voor je eigen kleindochter aan het winkelen, maar voor Kate Middleton.”
“Sophie, kom nou. Dat is niet het geval. Ik probeer haar iets te geven waar ze echt iets aan heeft, iets waar ze later ook nog bij mee is. Ik betwijfel ten zeerste of dat het geval is met het boekje dat jij hebt uitgezocht.”
“Ok, zoek jij hier dan iets uit waar ze blij mee zou zijn.”
“Prima” zegt ze. Ze draait zich abrupt om en ze schrijd langs de rekken, af en toe iets oppakkend.
“Aha, deze vind ik mooi!” zegt ze, terwijl ze een klein blauw armbandje met een hartje en een hamsahandje uit het rek vist. “Dit is iets wat Laura graag zou dragen, niet?”
“Die is inderdaad best leuk, mam. Daar zal ze…”
“Oh nee, hij is maar €6,00. Nee, ik denk niet dat dit gaat werken.”
“MAM! Hij is juist perfect, ik denk dat ze hier blijer mee zal zijn dan met een suffe pen van €300. Ik weet het wel zeker, aangezien ze die pen van vorig jaar nog met geen vinger heeft aangeraakt.”
“Prima, als jij het zegt. Dan wordt het deze. Maar dan sta ik er wel op dat ik voor de catering op het feestje zorg. Dan kan ze haar vriendinnen in ieder geval heerlijke hapjes voorzetten. In plaats van de knakworstjes in bladerdeeg die jij ieder jaar weer tevoorschijn haalt.”
Ik bijt op de binnenkant van mijn lip, maar knik.
“Prima, mam” zeg ik, terwijl ik naar de kassa loop. Ik kijk later wel weer hoe ik daar onderuit kan komen.

Door: Marijn Baar

Standaard
Fuif

De kleine cijfers bovenin het scherm

Kut, ik ben mijn telefoon kwijt.’ Ik stootte Arthur aan.
‘Kijk nou naar het podium!’
‘Denk je dat iemand hem heeft gestolen?’
‘Hier zijn geen dieven. Ik ken iedereen.’

Er waren jongens in leggings. Er waren meisjes met veren op hun hoofd die op het podium dansten alsof ze ervoor betaald werden. Er was een hypnotiseur, een chocoladefontein, een jacuzzi waar we ons met zijn twintigen tegelijk in propten zodat het water over de randen gutste, er was een man die met vuur speelde en een vrouw die topless hoepelde. ‘Cool feest!’ riep ik tegen iedereen, want dat was het. ‘Heb jij een Iphone gezien? Eén met een barst?’

Ik vergat hem al snel, dat oude ding, samen met de andere ongemakken uit het land der levenden (een repetitie, een ruzie, een relatie). Onze hoofden draaiden gewoonlijk gestaag door als de radartjes van een klok, maar die avond leken ze stil te staan. Lachen. Dansen. Kussen. Normaal bevindt de tijd zich een groot deel van de dag in onze hand, met kleine cijfers bovenin het scherm, maar nu zat hij al uren vergeten in een tas, een achterzak, of was hij zoals in mijn geval geheel onvindbaar.

‘Laten we naar het dak gaan!’ riep iemand. We beklommen een ladder die tegen het gebouw aan stond, en het zwart van de lucht om ons heen was al grijs geworden. In het vochtige grind bovenop het dak streken we neer, alsof we een zwerm vogels waren die daar kwam uitrusten na een lange vlucht.
‘Hè?’ zei Arthur en hij sprong weer op. ‘Ik heb een vreemde telefoon in mijn kontzak.’
‘Chill,’ zei ik, en ik pakte hem van hem aan. ‘Je hebt er een barst in gemaakt.’

Het duurde lang voordat de zon opkwam. De rest van de nacht was aan ons voorbijgeschoten met een stel flitsen van de polaroidcamera die op de bar stond, maar nu we erop aan het wachten waren duurde het eindeloos voordat het laatste beetje ochtend daar was. ‘Ik heb het koud,’ zei ik. Met een blik op de bleke gezichten om me heen en op mijn Iphone die nu toch echt aan vervanging toe was, besefte ik vloekend dat de tijd ons toch geruisloos had ingehaald.

Standaard
Fuif

De grootste ibuprofen ter wereld

Plotseling wordt het tot dan toe vrij lege feestcafé ‘Knalle bij Rich’ gevuld door een meute mensen in carnavalskostuums. Het blijkt een carnavalsvereniging uit Lisse, die voor een avondje prefeesten naar Amsterdam zijn afgereisd, zo meldt de barvrouw via de microfoon.

Ze hebben trompetten, trombones en trommels bij zich. Al gauw staat het hele café te stampen op Hollandse hits, die de muzikanten inzetten en moeiteloos worden meegezongen door het overige publiek.

Ik sta aan de bar met negen bier en een onoverbrugbare, hossende massa tussen mij en de vrijgezellen waarmee ik op stap ben. En wat zou het ook. Ik hos mee en sla het ene na het andere biertje achterover. Eén van de barvrouwen heeft aardig wat hout voor de deur verzameld, waar ik in mijn zeer beschonken toestand vrij veel aandacht voor heb. Ze lacht naar me, en ik concludeer dat het toegestaan is om te blijven staren.

Arie, de vrijgezel, staat inmiddels met zijn indianentooi op het YMCA te zingen. Stond in een brief dat dat moest, en als een brief het zegt moet je het ook doen. De hele tent lalt mee, hier en daar doet zelfs iemand een poging mee te bewegen. Ik vraag me af of mijn jas er nog ligt, in de hoek die het verst van mij verwijderd is.

Ik word wakker. Het is half elf. Ik draai naar m’n linkerzijde en voel een golf van misselijkheid over me heen komen. Gauw draai ik terug naar m’n rug. Een half uur later probeer ik het nog eens. Het gaat. De dorst is inmiddels zo groot geworden dat ik opsta en naar de kraan strompel. Ik schenk een glas water in en probeer te drinken, maar na drie slokken trekt er een rilling door m’n ruggengraat omhoog. Ik stop en ga weer liggen. Tien minuten later sta ik weer op. Met de grootste ibuprofen ter wereld en 5000% aan aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamines in m’n maag loop ik naar de douche en ga er net zolang onder staan tot ik recht vooruit kan kijken.

Een uur later sta ik op het station. Er is een storing omdat het een graadje heeft gevroren, waardoor ik wat tijd heb om te ontbijten. Ik haal twee flesjes sinaasappelsap, een broodje gezond en een saucijzenbroodje. De laatste gaat er als eerste in, gevolgd door een flesje, het broodje gezond en nog een flesje. Vet eten en sinaasappelsap doen het altijd erg goed tegen de kater, maar nu doe ik teveel en te snel. In de trein kijk ik uit alle macht uit het raam om de boel binnen te houden. Als m’n vriendin whatsappt kan ik elke tien seconden een woordje terugtypen. Elke beweging is teveel.

Twee dagen later hebben mijn oogleden nog steeds moeite overdag open te blijven. Een enkele boer die ik laat smaakt naar carnaval, indianen en rondborstige barvrouwen.

Je moet wat overhebben voor zo’n vrijgezel.

Standaard
Fuif

Huisfuif en donutpiemel

Zo, is er nog iemand lekker viral gegaan van de week?’
George, een soort van vriend die je nooit zonder bolhoed zag en ons even daarvoor had gesmeekt om voor een polaroid te poseren, stelde de vraag tijdens het binnendringen van het gesprek tussen mijn beste vriendin Lize en mij.

Ik had net daarvoor van Nora gehoord dat Lize wist wie er op ons vorige huisfeest aan een chocoladedonut– die aan de piemel van onze gezamenlijke vriend maar voornamelijk mijn ex Camille had gebungeld als een do not disturb-bordje om de deurknop van een hotelkamer – had geknabbeld en probeerde erachter te komen wie dat was geweest.

‘Flikker gewoon op, George,’ zei ik tegen de freelance barista van de tweedehands rugzakwinkel I like things, I love it, ‘We zijn bezig.’

In tegenstelling tot wat je zou verwachten bij zo’n naam, was Camille een man. Je sprak zijn naam uit als Kamiel. Zijn ouders hadden ten tijde van zijn geboorte sterke gevoelens voor het land Frankrijk gekoesterd en bovendien kort ervoor een twee weken oude dochter met dezelfde naam verloren, waardoor hij een levend eerbetoon werd aan zijn overleden zus. Iets waar hij overigens nooit mee zou leren leven.

Daar kwam Nora aangelopen. In het voorbijgaan bracht ze haar hoofd kort tussen dat van Lize en mij en zei:
‘Florian is fucking lekker, volgens mij heeft hij vandaag een avocado gegeten,’ en weg was ze.
De aandacht die we hieraan besteedden bleef beperkt tot veelzeggend oogcontact en net toen ik opnieuw wilde vragen van wie die donutpiemel was geweest, zei Lize dat we moesten plassen.
We ploeterden ons een baan door de dansende menigte heen, naar de badkamer. Ik opende de deur, waarachter een meisje op de wasmachine van achter geneukt werd. Ik deed geschrokken de deur weer dicht.

‘Er word daar een meisje geneukt op de wasmachine,’ zei ik.
‘Schrijf er lekker een tweet over, ik moet plassen.’

Lize deed de deur open en kort daarna hoorde ik een meisjesgil. Het net nog neukende stel vluchtte de badkamer uit. Ik sloop naar binnen en ging schuin tegenover Lize op de badrand zitten.

‘Wie heeft die donut nou van Camilles pik gegeten?’ vroeg ik.

Lize verfrommelde wat wc-papier en veegde af. Ze trok haar onderbroek omhoog, stond op en deed haar jurkje goed. Alles staat haar goed, dacht ik.

‘Zijn er nog wodkatampons?’ riep ze terwijl ze de deur naar het feest helemaal openzwaaide.

Ik volgde haar, wat moest ik anders? Ik danste, rook aan haar haar, snoof van haar buik, transpireerde. Ik bracht wodkatampons naar binnen, zette een neonverftattoo op haar dij, spuugde Camille in zijn gezicht omdat hij aan Lizes kont zat.

Toen we buiten een sigaret rookten, vertelde Lize tijdens het exhaleren dat zij het was geweest. Terwijl ik haar uitmaakte voor veel, kotste Lize ineens van het balkon. Ik aaide over haar rug en rook aan haar haar. Beneden zag ik Nora met Florian weggaan en besloot dit het grootste kutfeest ooit beleefd was.
Ik liep naar binnen, sleurde George aan zijn arm mijn kamer in en liet me van mijn laatste snufje waardigheid verlossen.

Standaard
Fuif

Ergens op een feest

Het biertje was me in de gauwigheid door Luuk in de handen gedrukt. Een flesje, want zo’n feestje was het. Ik wou eigenlijk al naar huis, voelde me niet senang tussen deze mensen met zogenaamd spannende verhalen en uitdagende kapsels. Maar nu moest dit flesje eerst leeg en slokte ik voor vrijheid.

Ik was in dit studentenhuis aan de Burgemeester Emmenslaan omdat Luuk dat graag wou. Hij drong aan, zijn verjaardag was dan wel drie maanden geleden, maar het feest zou episch worden, klik nou maar op ‘deelnemen’, je zult er geen spijt van krijgen. Dus ik deed het en mijn profielfoto verscheen in een rijtje met 153 profielfoto’s van vrienden van vrienden (en vrienden van vrienden van vrienden). Ik nam een slok bier, zag de lachende gezichten die ik alleen van Facebook kende en mompelde: ‘Je droomt wel vaker van een feest, maar hier ben je nog nooit geweest.’

In de keuken van het studentenhuis stonden de aanstellers. Gasten met polo’s en grote gebaren. Er werd hard afgegeven op belangrijke zaken als de laatste drie items van De Wereld Draait Door, de presentatiestijl van Eva Jinek en het grote succes van Kensington. Het was alsof in die kleine keuken van het best gezellig ingerichte studentenhuis tussen de spaghettivlekken en de verdwaalde macaroni-elleboogjes tweets met de hashtag “kijk mij eens een mening hebben” werden voorgelezen. De algemene conclusie was duidelijk en had niet eens 140 karakters nodig: alles is kut en alles is waardeloos.

Ik bekeek ze van een afstandje en bedacht me dat iemand ze zou moeten vertellen dat cynisme een wel een heel makkelijke houding is en dat het je niet veel verder brengt in het leven. Dat het deconstructief werkt. Dat je moet durven creëren in plaats van alles ongefundeerd affikken.
Misschien moest ík ze dat maar melden. Ophef maken. Stennis schoppen @ het studentenhuis. De polo-boys vertellen dat ze geen onzin moeten roepen over dingen waar ze overduidelijk geen verstand van hebben.

Maar ik deed het niet. In plaats daarvan nam ik de laatste grote slok en mompelde na het doorslikken: ‘En ruzie op een feest ergens in de Biltstraat waar ik toch niemand kende.’

‘Spinvis,’ zei ze.
Ik keek naar links, recht in de ogen van een vrolijk meisje. Geen polo, geen grootse gebaren.
‘Spinvis?’ vroeg ik.
‘Ja, Spinvis. Je zei een zin uit Voor Ik Vergeet. Dat is mijn lievelingsliedje van hem.’
‘O dat,’ zei ik. ‘Ja, dat doe ik wel vaker als ik me ergens niet zo thuis voel.’
‘Grappig,’ zei ze.
‘En jij?’ vroeg ik. ‘Heb jij het wel naar je zin hier?’
Ze keek me recht aan en zei dat ze alleen maar wou zwemmen en ik moest voor het eerst deze avond lachen want ik ken alle, maar dan ook echt álle teksten van Spinvis uit mijn hoofd.

Standaard