De 10 geboden

Poort

Ze wierp haar tas op de stoel en keek hem met twinkelende ogen aan. ‘Nog iets spannends gebeurd het weekend?’ Aan de blik in haar ogen wist hij dat ze hem in de maling nam.

‘Ach, niets bijzonders…’ mompelde hij en tuurde op zijn scherm. Hij keek naar beneden en zag de vetvlek op zijn lichtgele blouse. Hij mopperde in zichzelf, ook dat nog. Uit beleefdheid stelde hij dezelfde vraag en dat was voor haar het teken zich theatraal in haar stoel te laten vallen en haar hoofd in haar nek te werpen.

‘Zaaaaaalig,’ kreunde ze, en hij voelde direct zijn broek strak spannen. Ze wist het. Het loeder wist gewoon hoe ze hem gek moest maken met haar flirterige gedrag. Kwaad op zichzelf checkte hij de camera’s, keek de lijst na en tuurde op het scherm welke lift eraan kwam. Niet hem, ze kreeg hem niet gek. ‘Zeker bij moeder de vrouw gezeten?’ rolde lachend uit haar mond. Direct voelde hij een steekje in zijn longstreek, het vals secreet. Niet doen, maande hij zichzelf, gij zult niet slecht over anderen denken of roddelen. Hij schraapte zijn keel. ‘Inderdaad ja,’ sprak hij. ‘Ik heb mijn moeder verzorgd en ben zondag na de kerk gaan vissen.’ Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze hem spottend aan en streek over haar strakke bloesje. ‘Oh wat keurig,’ sprak ze geaffecteerd. ‘Precies zoals het heurt. Ik ben blij voor je, heur!’ Opgewekt keek ze hem aan en boog voorover zodat hij haar diepe decolleté wel in moest kijken. Ze likte langs haar lippen. ‘Nooit de enorme behoefte om eens volledig uit de band te springen? Om eens helemaal los te gaan en de boel de fucking boel te laten?’ fluisterde ze en de hitte sloeg toe. Hypnotiserend boorden haar ogen in de zijne, zijn broek stond op knallen. Spijtig schudde hij zijn hoofd en zocht naar woorden. ‘Nooit nee. Want als ik straks voor de poort van Petrus sta….’ Met een enorme dreun liet ze haar hand vlak op het bureaublad vallen en gooide haar hoofd weer kakelend in haar nek. Ze deed het weer.
‘Oh ja, dat was het!’ Ze knipte met haar vingers voor zijn neus. ‘Oh. My. Fucking. God. De wereld staat in brand, de derde wereldoorlog dreigt maar Cor leeft volgens de tien geboden.’ Ze rees uit haar stoel. ‘Dat wordt nog wat als het straks gaat vriezen.’ Dreigend. Bepalend. Directief. Bloedgeil. Hij wende zijn blik af.
‘Inderdaad,’ mompelde hij afgemeten en concentreerde zich op het beeldscherm om maar niet te hoeven denken aan wat zij allemaal uitspookte in haar wildste uurtjes. Natuurlijk dacht hij aan haar, natuurlijk had hij haar al op allerlei standen willen liefhebben, maar het mocht niet. Niet hier op aarde, hij moest zich bedwingen bij die teaser, dat was de test in zijn leven maar het werd steeds moeilijker. Zo ging het al maanden, maar onder geen beding kreeg ze een response van hem sinds zij de nieuwe receptioniste was bij het gebouw Monte Video op de Kop van Zuid in Rotterdam.

‘Heb je de sneeuw buiten gezien Cor?’ vroeg ze drie weken later terwijl ze in haar handen blies. Hij knikte beamend, kon haar niet eens meer aankijken zonder dat zijn gedachten alle kanten opschoten.
‘En het ijs,’ mompelde hij. Ze wachtte op meer, keek hem aan. Nu, schoot door zijn hoofd, NU.
‘Weet je wat ik wel eens zou willen?’ vroeg hij haar zo neutraal mogelijk terwijl zijn broek weer aanspande. Ze schudde haar hoofd langzaam.
‘Met jou schaatsen.’

Het was vroeg, het was wit, het was oneindig verlaten. Zwijgend deden ze hun schaatsen aan, wiebelig gingen ze staan. Onwennig zetten ze de eerste schreden, Alice schaatste onbeholpen achter hem aan. Hij keek achterom, ze volgde hem onwennig. Nog 100 meter, nog 50 meter, nog 20 meter. Hij hoorde een rauwe schreeuw, hij zakte door het wak, precies zoals hij bedacht had. Voor dag en dauw had hij een wak gemaakt, midden op het Kwakjeswater in Rockanje, waar niemand anders kwam. De kilte voelde hij niet eens, het was eerder een warme sensatie. Eindelijk, eindelijk voerde zijn ratio geen boventoon en werd zijn hartslag rustiger. Hij was onder water en zag haar gestalte in de verte als een zwart golvende vlek. Hij zette zich op de bodem af en liet zich naar de oppervlakte voeren, langzaam bereikte het geluid hem. ‘NEE, nee, NEEEEEE,’ hoorde hij haar schreeuwen en tussen zijn wimpers door zag hij haar betraande gezicht, de ronde rode wangen en haar zwarte haar slierten over haar witte ski jack. Hij was veel te vet om te verzuipen, maar wist zij veel dacht hij in het geniep. Warmte vulde zijn lijf, zij gaf ook om hem. In slowmotion strekte hij zijn hand uit, hij voelde iets harigs, wolligs, haar vingers, haar hand. Hij glimlachte, hield zijn gezicht naar beneden in het water. Het werd wel koud nu. Hij greep haar hand in een ferme houdgreep en ze trok uit alle macht, dat voelde hij. Ze wilde hem redden, net zoals hij haar wilde redden. Hij maakte spartel bewegingen, het ijs om hem heen brak af en hij voelde zich zwaar worden. De laatste gedachten spoten door zijn hoofd. Hij mocht andermans vrouw niet begeren, hij mocht niet moorden en hij mocht hier op aarde niet zijn ouders onteren. Hij mocht niet doodslaan, hij mocht niet echtbreken, hij mocht zijn naasten niet begeren. Hij mocht zoveel niet, maar hij mocht Alice’s hand wel heel stevig vasthouden, uit liefde, daar op de bodem van het Kwakjeswater. Dat is wat hij wilde, daar nam hij haar mee naar toe en samen zouden ze daar gelukkig zijn. Om de boel de fucking boel te laten. Met een zachte plons gleed ze in het water, hij hield haar stevig vast. Zijn gewicht liet hun naar de diepte dalen, hun handen beklonken door de kou. Het geruis in zijn oren werd oorverdovend stil, hij zag haar ravenzwarte haar als een prachtige waaier van zeewier over de bodem van het meer verspreiden. Haar ogen waren open, hij dekte ze teder toe en ging naast haar liggen. Samen, ja samen zouden ze voor de Poort van Petrus staan, en daar, ja daarachter was hij bereid om heel veel van haar te houden.

Door: Esther Kreukniet

Standaard
De 10 geboden

Lieve angst

Lieve angst,
Ik ken jou wel. Je bent alleen erg veranderd door de jaren heen.

Je was altijd de schim die danste rond mijn nachtlampje, de tandartsstoel, de meester van groep drie. Toen werd je de gele trui die ik aan moest van mijn moeder, de lachende klasgenoot, de vuisten van een dronken man. Je werd een presentatie voor een volle zaal, turbulentie boven zee, een ziekte die stilaan ontkiemt, mijn grote liefde die zei: ‘nee’.

Je was als een oude vriend wiens gezicht langzaamaan verrimpelde, maar die ik altijd nog herkende. Als ik nu naar je kijk, ken ik plots alleen je ogen nog. Vaker dan vroeger verschijn je ongevraagd op drukke plekken: vliegvelden, stations. Op ieder televisienet glijd je voorbij, langzaam, haast verveeld, van journaal naar quiz naar talkshow, en laat een spoor van slijm achter in beeld.

Je maakt veel nieuwe vrienden in je huidige gedaante. Vijf zuilen, tien geboden, duizend smeekbeden: je laat je nergens door tegenhouden. Je bent een bom, een baard, een bank, een bus. Maak ons los uit je warme tentakels, je greep die vele monden snoert, wend je boze ogen af, waarmee je donker naar ons loert.

Ik hoop dat ik je niet laat schrikken? Op een oude vriend kan ik nooit lang kwaad zijn. Je maakt liefde sterker en vreugde zoeter, je maakt keuzes gemakkelijker en sleur bijzonder. “Alles is vergeven”, zei een dappere rebel. Door hem kan ik de woorden spreken: ik heb je lief, angst, dankjewel.

Standaard
De 10 geboden

De jongen met de hoed

En hier is Anouk!’, hoorde ze door de aula schallen. Met tegenzin beklom ze het kleine, geïmproviseerde podium. Ze keek het publiek in. Tweehonderd ogen keken terug. Ze sloeg de hare neer. Ze had Rob zien staan en hoopte dat hij actie zou ondernemen, maar ze wist al dat hij dat niet zou doen. Hij had immers een relatie.

Haar broek zat te strak. De ruwe spijkerstof sneed in haar buik. Ze probeerde haar buik in te houden, maar het deed pijn. Van de zenuwen had ze tijdens het avondeten veel te veel gegeten. Ze rook zichzelf. Een zure zweetlucht steeg op uit haar poriën en zette zich vast in haar kleding. En dat terwijl ze het ijskoud had. Soms voelde ze haar tepels verstijven en ze vervloekte zichzelf omdat ze geen beha met kussentjes aan had gedaan.

‘Doe het toch gewoon’, had Mariëlle drie weken geleden gezegd. ‘Het is hartstikke leuk. Je staat echt niet voor schut.’ Zij had makkelijk praten, met haar onuitputbare kledingkast vol hips waar zelfs Addy van den Krommenacker een moord voor zou doen. Twee dagen later had Mariëlle haar ingeschreven met de woorden: ‘Stop met zeuren. Wie weet wat er van komt.’

Nu zag ze Mariëlle in de zaal staan. Haar vriendin leek zich net zo ongemakkelijk te voelen als zij zelf. Ze luisterde met open mond naar de omroeper, die Anouk omschreef als ‘een leuke 19-jarige, die in Haarlem woont en van hobby’s houdt’. Zelf lachte hij smakelijk om zijn grap. Anouk kon wel door de grond zakken. En Mariëlle ook, zo te zien.

Ze kneep haar ogen een beetje dicht en keek naar Rob. Mooie, leuke, onbereikbare Rob. De knapste van de school, de populairste van de derdejaars, de slimste van de klas. Die combinatie zorgde er voor dat hij ‘liefje’ mocht zeggen tegen Babette. Ook de knapste van de school, de populairste van de derdejaars, de slimste van de klas. Maar dan de vrouwelijke versie.

Het bleef ijzingwekkend stil in de aula. Niemand zei iets. Niemand riep iets. De stilte was als een deken over de studenten heen gevallen. Anouk sloeg haar ogen weer neer. Ze wilde weg.
Ze wilde als een malloot naar huis fietsen en daar huilend de koelkast plunderen. Eten en vergeten.
Iemand kuchte. Zenuwachtig gegiechel kwam van rechts. Anouk beeldde zich in dat het Babette was, maar Babette was veel te aardig om anderen uit te lachen.

‘Tien euro’, verbrak iemand de stilte. Geschrokken keek Anouk wie zich had opgeofferd een avondje met haar uit te gaan. Achterin de zaal stond een jongen met een hoed op zijn hoofd. Hij hield zijn arm in de lucht. Ze kende hem niet.
De veilingmeester leek opgelucht. ‘Ja! Er is tien geboden!’, riep hij door zijn microfoon. ‘Wie biedt meer? Niemand meer dan tien euro? Eenmaal, andermaal… verkocht voor tien euro aan de man met de hoed!’

Standaard
De 10 geboden

Voor degene met het vruchteloze zoeken

Thomas vertelt het verhaal van hun ontmoeting maar al te graag. Aan familie op verjaardagen, aan vrienden van vrienden op feestjes (want zijn vrienden kennen het inmiddels even goed als hij) of aan medereizigers in de trein. Eigenlijk vertelt hij het verhaal aan iedereen. Ook als niemand ernaar vraagt, stuurt hij het gesprek zodanig dat hij het toch kan vertellen. Maar meestal begint hij gewoon.

Zo ook op de verjaardag van Lizelot, het nichtje van zijn vriendin Marijke, die gezien de hardnekkige Leukemie in haar lijf misschien wel haar laatste verjaardag viert. Tijdens de stilte die valt nadat de kleine Lizelot de negen kaarsjes heeft uitgeblazen, stelt Thomas voor om het nu eens over iets vrolijks te hebben en begint zonder de reacties af te wachten aan het verhaal hoe Marijke en hij elkaar tegenkwamen.

Vlak voordat Thomas het verhaal voor de zoveelste keer inzet, is Marijke de keuken al in gerend. Haar moeder volgt.
‘Wat scheelt eraan, liefje?’
Haar moeder zal nooit vragen wat er is, maar wat eraan scheelt. Al jaren terug heeft Marijke besloten het bij de begrafenis van haar moeder te verwerken in haar speech, er geen seconde rekening mee houdend dat zij misschien wel eerder doodgaat dan haar moeder. Maar ze denkt nu niet aan wat ze tegen die tijd zal zeggen, ze wrijft over haar buik en zegt niks.

Bij de kindertafel zit Thomas op een iets te kleine stoel, naast het verplaatsbare bed van Lizelot.
‘Het ging dus zo: ik zat in mijn vrije tijd te surfen op een website waar men tweedehands spullen verkoopt. Toen zag ik toevallig een advertentie van een dvd van de film Se7en. Dat schrijf je met de S, de E, het getal zeven, nog een E en de N. De zeven in het midden staan voor de letter V, om op het feit dat de titel het Engelse woord voor het getal zeven draagt extra nadruk te leggen. Die film gaat over de zeven zonden, maar daarover leren jullie later in het leven nog wel meer. Althans, de meesten van jullie. Die zeven zonden doen er ook helemaal niet toe.‘

Moeder en dochter zijn in de keuken inmiddels in een intense omhelzing verwikkeld. Uit de radio klinkt Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder van Ramses Shaffy.
‘Hij weet het wel?’
‘Niet alles.’

‘Enfin, of waarschijnlijk zeggen jullie ‘maar goed’: toen heb ik een tientje geboden. Ik weet niet zo goed waarom, het leek wel een teken van bovenaf. Wat dat is? Dat God zich ermee heeft bemoeid. Ja, die bemoeit zich met de gekste dingen, behalve als het er echt op aankomt. Dan is het ineens een test van hem, zeggen ze. Kijk, bij ernstige ziektes, aanslagen in zijn naam of de verheerlijking van bepaalde uitgaansgelegenheden is hij nergens te bekennen. Of als je voor het eerst in je leven een beroep op hem doet, wanneer je over vijf minuten de uitslag van je vruchtbaarheidstest krijgt.’
Vergeefs probeert Lizelot met alle kracht die ze heeft het slangetje naar haar neus dicht te knijpen. Dan wil ze iets zeggen, maar Thomas is haar voor.
‘En toen mocht ik bij haar thuis de dvd ophalen. Daar stond ze, in de deuropening in een T-shirt met Tweety erop. Dat is een soort Spongebob, maar dan een vogel van vroeger. Ik dacht: Mozeskriebel, wat een mooie vrouw. Nu denken veel andere mannen dat, maar ik niet meer.’
Een apparaat bij Lizelots bed begint te piepen. Iedereen stormt erop af. Thomas staat op, loopt weg en maakt ruimte. Alle ruimte.

Standaard
De 10 geboden

En ze zou stralend tegenover Marc-Marie zitten

Dit was de achtste brief die Hannah naar DWDD stuurde. Het was weer een mooie geworden. Keurig onderschreven met haar immer zwierige handtekening en bevestigd met de lakstempel die ze van Opa Greuvelingen had geërfd.

Terwijl ze haar jas van de kapstok pakte, haar kat Lapje terug naar de woonkamer joeg en naar de postbus liep, dacht Hannah na over de gezichten van de redactie. Ze zouden hoogst verwonderd zijn, bedacht ze. Grote ogen zouden ze hebben. Ze zouden haar brief lezen, geschrokken naar elkaar kijken en vervolgens tegelijk Matthijs roepen en de telefoon grijpen om Hannah te bellen. Haar telefoon zou overgaan, de bel zou door de kamer schellen en Hannah zou doodgemoedereerd ‘Met Hannah’ zeggen.

Hannah glimlachte. Ze had de brief bij het puntje nog vast, klaar om in de rode kast te laten vallen, waarop de zwarte klepjes vrolijk heen en weer zouden klepperen. Ze genoot van de voorpret. Ze zou worden uitgenodigd om in het programma te komen spreken. En ze zou stralend tegenover Marc-Marie zitten. Het publiek zou om haar grapjes lachen en Twitter zou vol lof over haar voorkomen spreken. En ze zou eindelijk erkend worden. Eindelijk. En ze liet de brief los.

De brief viel. De brief waarin ze vertelde dat zij – en alleen zij – verantwoordelijk was geweest voor de opkomst van de bordjes met diepzinnige teksten in huiskamers. Zij was het die ‘Live Love Laugh’ mogelijk had gemaakt en zij was degene waardoor ‘Everyone brings joy to this house’ populair werd. Zij was de reden dat honderdduizenden huisvrouwen nu tegen een of andere Engelse spreuk aankeken. Hannah had natuurlijk bewijs bijgevoegd. Het waren geen loze claims. Nee. Zij was begonnen. Zij had het oude bord met de Tien Geboden uit de Hervormde Kerk meegenomen toen die gesloopt werd. Zij had het bord opgehangen boven de schouw en zij had er een foto van gemaakt. Zij had een Pinterest-account aangemaakt en de foto gepind. Miljoenen mensen hadden die foto gezien – daar was Hannah zeker van. Er was weliswaar niemand geweest die ‘m had gerepind, maar een week later zag Hannah overal van die bordjes met hippe Engelse teksten verschijnen. De tijdlijn was duidelijk, logisch en onmiskenbaar.

Hannah liep het tuinhekje door. De anjers bloeiden en wuifden zachtjes heen en weer voor het keukenraam. Achter haar viel het tuinhekje dicht en voor zich hoorde Hannah een bel gedempt rinkelen. Even stond ze stijf stil. Toen sprong ze de drie stappen naar de voordeur en zocht tegelijk naar de sleutel. Niet in haar broekzak – niet in de andere – niet in de jaszak – niet in de andere – niet in de binnenzak – waar is-ie toch – ah, toch in de jaszak. Ze opende de voordeur, struikelde bijna over Lapje – hoe kwam-ie nou toch weer in de gang – en rende naar de telefoon. Midden in de rinkel nam ze op en watervalde door de telefoon:

“Hallo met Matthijs! Oh nee, met Hannah, bedoel ik, niet met Matthijs. Sorry. Hallo?”

Of ze geïnteresseerd was in vier weken AD voor slechts 5 euro. Netjes sloeg Hannah het aanbod af en hing op. Ze deed haar jas uit, hing ‘m aan de kapstok en ging daarna zitten in haar fijne stoel. Lapje sprong op haar schoot en begon te spinnen. Het was de achtste brief en er had nog niemand gebeld. Hannah keek omhoog en had opeens grote moeite met het derde gebod.

Standaard