Orchideeën

Een driehoek van lucht

De tent is van nog dunner materiaal gemaakt dan zijn regenjas. Als een deken spreiden Chantal en hij de vormeloze lap op het grasveld bij paaltje zes. Orchidee is de naam van de tent. Hij kostte meer dan een week Centerparcs.

‘Hier?’ vraagt hij.
Chantal kijkt even naar de doorgewinterde tent van de buren. Het is nog rustig op de camping, voor de tijd van het jaar. Er staan verderop een handjevol stacaravans en een paar trekkerstentjes.
‘Iets verder naar links,’ knikt ze.
Arme mieren en wormen, denkt Werner. Net een lekker plekje gevonden, worden ze weer geplet.
Na drie kwartier staat de tent rechtop. Dat is vier keer zo lang als de advertentie beloofde.
Nu is er een binnen en een buiten. Een driehoek van lucht is voor vijf dagen van hen. Chantal versleept de zware weekeindtas naar binnen en rolt hun slaapmatjes uit.
‘Mooi ruim,’ zegt ze opgetogen. Haar benen steken uit de tent. Een voorbijganger met badslippers en een opgerolde handdoek onder zijn arm knikt vriendelijk.
Werner steekt zijn hoofd in de tent.
‘Kom erin,’ zegt ze. Hij schuifelt op zijn hurken de tent in. Het ruikt er naar de lucht die uit fietsbanden komt.
Hij gaat op de slaapzak liggen. Chantal ordent haar kleding in de tas. Het lijkt wel of het hier stiller is dan buiten.
‘Doe je de deur dicht?’ vraagt ze.
De deur?
De rits maakt een geluid als een kwaaie mug.
‘Raar hoe veilig je je voelt met zo’n dun lapje, vind je niet?’ Chantal doet haar ogen dicht. In de verte klinkt de megafoon van de badmeester. Het licht dat door het tentdoek valt maakt alles rood. Tas rood, slaapzak rood, voeten rood, Chantal rood.
Werner stelt zich voor dat er buiten de tent niets meer bestaat, alleen volstrekte leegte. De hele wereld is alleen nog maar hier. Het zou hem ook niets verbazen dat als hij zo de tent weer uitkwam, hij zich midden in het dinosauriërtijdperk bevond . Of in de middeleeuwen.
Na een tijdje rolt hij op zijn zij en kust Chantal op haar oor. Ze opent haar ogen en lacht.
‘Ik wist het wel vunzerik. Kom hier.”

Vlak voor het hoogtepunt klinkt er opeens een doffe klap, gevolgd door een golvende beweging van de tent. Iemand roept: ‘Pas op!’ Er stuitert een bal.
Dan, vlakbij, een kinderstem: ‘Volgens mij is er niemand thuis.’
Werner denkt: Thuis? thuis? alvorens hij enkele seconden helemaal niets meer denkt, of alles.
Chantal heeft zelfs aan de Kleenex gedacht.

Het duurt even voor Werner de rits van de tent weer opentrekt. Chantal is in slaap gevallen. Ergens verwacht hij een halve cirkel van mensen om de tent, een applaus. Maar er is niemand te zien. In de verte ruikt het naar barbecue.
Hij gaat voor de tent zitten en een rolt een shagje. De zon schijnt.
Zo, het ergste zit erop. Nu nog zorgen dat hij niet per ongeluk zoals thuis een scheet laat of boert. Hij zal zich wel vijf dagen in kunnen houden, toch?

Door: Iris Boter

Standaard
Orchideeën

Een slecht orchidee

We zijn onderweg naar het tuincentrum want het is zaterdag. Het is onderhand een soort van traditie geworden, nu ik er over nadenk. Marga rijdt, ook dat is elke week hetzelfde. Ik zeg waar we linksaf moeten, maar weet dat het natuurlijk niet echt nodig is. Het is een spel waar ik door de jaren heen net zo opgesteld ben geraakt als op Marga.

‘Ik wil eigenlijk een lading orchideeën kopen,’ zeg ik als we de Burgemeester Emmenslaan inslaan. ‘Die mis ik nog.’
Marga knikt zonder haar blik van de weg te houden. Ze is een geconcentreerde autorijder met ruim twintig schadevrije jaren. Omdat onze verzekeringspremie zo laag is, houden we genoeg geld over om elke zaterdag bij Tuincentrum Zwinkels een winkelwagentje vol te laden met exotische en minder exotische planten. Dat hebben we goed voor elkaar, al zeg ik het zelf en dat doe ik maar even voor het gemak.
‘De wortels van orchideeën hebben veel lucht nodig,’ zeg ik. ‘Niet verwonderlijk als je weet dat ze in de natuur niet in de grond groeien, maar in bomen.’
‘In bomen, ja?’ vraagt Marga en ze haalt een 45 kilometer auto’tje in. Ik herken de bestuurder niet, maar zwaai toch. Van een beetje beleefdheid is nog nooit iemand minder geworden.
‘Orchideeën hebben als kamerplant het liefst een licht maar niet te zonnig plekje,’ vertel ik. ‘Een vensterbank bij een raam op het oosten is daarom ideaal, Marga.’
‘Dat komt goed uit,’ zegt ze. ‘Die hebben we en daar staat nog niks op.’
‘Precies, dat dacht ik gisteren ook.’
Marga draait de auto de laatste rotonde voor de eindbestemming op en zegt dan: ‘Ik wist eigenlijk niet dat jij zo in to orchideeën was. Hoe weet je dit allemaal, Gerrit?’
‘O, ik heb gistermiddag een klein beetje lopen struinen op de website van Zwinkels. Wist jij trouwens dat orchideeën erg kritisch zijn op het gietwater en dat kalkrijk water uit den boze is?’
‘Kritisch op het gietwater?’ herhaalt Marga. ‘Kalkrijk water uit den boze? Ik weet niet of ik zit te wachten op een zeurende plant, Gerrit. Ik word soms al gek van jou met je eeuwige gedrentel door het huis en het opsommen van nutteloze feitjes.’
‘Pas op voor die vrachtwagen, daar wil je niet tegen aanrijden.’
‘Gezien.’
‘Nee, bij voorkeur moet je regenwater gebruiken of drinkwater ontharden door het te koken en af te laten koelen. En het moet áltijd op kamertemperatuur zijn, Marga. Altijd, elke watergeefbeurt dus.’
‘Ik ga eerlijk zijn, Gerrit: ik vind het nogal wat.’
‘Ja, nu ik ’t zo allemaal achter elkaar hoor, ik eigenlijk ook wel. Laten we straks maar voor een andere plant gaan. Eentje zonder zwaar eisenpakket.’
‘Hier links toch?’ vraagt Marga en ik knik. Wat zijn we toch een goed team.

Standaard
Orchideeën

Het volk en de Clown

Een gezellig avondje met zijn zessen was het oorspronkelijke idee. Een driedubbeldate, zoals Wanda het had genoemd. Dirk en Wanda zouden het eten regelen, Karin en Erik een leuke film meenemen en Simon en Simone de drank.

Op een speciaal hiervoor ontworpen website werd een datum geprikt en met drie gezamenlijke Facebookprofielen werd een evenement aangemaakt die de speelse titel droeg die Wanda had bedacht. Driedubbeldate: hoe kom je erop, had Karin of Erik gevraagd op de evenementpagina.
Iets verderop stond een clown toe te kijken. Voorover gebukt lachte hij zijn lach, met een hand sloeg hij op zijn dij.

Zaterdagmiddag, vier uur. Simon, Simone, Karin en Erik hadden niet gecarpoold, maar kwamen niettemin tegelijkertijd aan. Een toevalligheidje dat niet onopgemerkt bleef. Simon sloeg Erik tegen zijn schouder en zei dat er sprake was van goede timing. Erik beaamde dat met de woorden zeg, dat en wel.
Simone overhandigde na het aanbellen en het daarmee gepaard gaande opendoen van de deur door Wanda aan diezelfde Wanda de bos met bloemen. Ha, leuk, orchideeën, zei ze. De gulle schenker van het bosje knikte en gaf datzelfde knikken bijval door er een ja-woord aan toe te voegen.
De clown stond naast het huis, met een van zijn grote schoenen achteruit tegen de muur. Hij plantte zijn hand op zijn voorhoofd; het waren hyacinten.

Om vijf uur begon men met borrelen. Toastjes met presidentiële brie en roomkaas uit de prachtige Franse streek Garlan werden genuttigd. Droge, rode wijn, die zijn oorsprong volgens het etiket in een schitterende kaap in Afrika vond, werd geschonken. Intussen was Wanda in de keuken om en om kaasblokjes en plakjes leverworst op een schaal aan het leggen terwijl de pan met volgens de verpakking Surinaamse Roti, maar volgens Wanda gewoon Nederlandse, want zij maakte het toch klaar? rustig door pruttelde.
‘Wat een volk,’ giechelde de clown. Hij keek om zich heen, maar niemand lachte met hem mee.

Na het nuttigen van het diner en de daarmee gepaard gaande verplichte complimentjes over het voorgeschotelde, zette Wanda een grote schaal op tafel. Deze bleek echter volledig zonder inhoud. Niemand leek hier van onder de indruk of zich erover te verbazen. Sterker nog, Simon zei dat hij al hoopte dat het toetje zou worden overgeslagen, waarop Dirk zei dat sterker nog, de tijd voor het lekkerste toetje aller tijden zojuist aangebroken was. Hoewel Erik nog even het feit aanstipte dat ze toch echt hadden afgesproken om een film te zien en dat hij had gehoord hoe geweldig Adaptation scheen te zijn, pakten de drie mannen hun autosleutels en gooiden die in de bak en schreef hun verhaal zich vanzelf. Een enkeling wreef in zijn handen, een ander deed de bovenste knoop van zijn overhemd vast los. In feite waren dat respectievelijk Dirk en Simon, al doet dat er vanzelfsprekend helemaal niet toe. Precies die woorden gebruikte Simone ook toen ze haar hand door de bak liet roeren, want het kon haar niet zoveel schelen met wie van de mannen zij de seks zou aanvangen. Iedereen kreeg uiteindelijk toch altijd pik van iedereen, wat betekende dat het lange roeren voorafgaand aan het lange roeren vooral bedoeld was om ieders innerlijke spanningsboog wat uit te rekken.
En terwijl de driedubbeldate veranderde in langdurig ik wil niet zeggen ordinair seksverkeer, keek de clown tussen de jaloezieën door naar binnen. De clown was alleen, met ik wil niet zeggen al zijn verdriet, want ik ken hem helemaal niet. Niemand kent de clown. En dat is wat dit verhaal voorziet van een grove arcering die als schrijnend mag worden geïndiceerd.

Standaard
Orchideeën

De Welriekende nachtorchis

Hij haastte zich naar lokaal 2B. Hij was te laat. De directeur had hem op het matje geroepen. Op het matje verdomme. Hij kreeg een standje, omdat hij ’s morgens meestal een minuut of tien na de laatste bel de klas binnenviel. Als hij nog één keer te laat zou komen, zou er een officiële waarschuwing volgen. En nu was hij te laat door de directeur zelf. Sukkel.

Het kabaal galmde door de gang. Hij vertraagde zijn pas en ademde diep in. Goed, rug recht, kin naar voren. Hij opende de deur en klapte in zijn handen. ‘Jongens, speelkwartier is voorbij. Boeken open op pagina 85, paragraaf vier. Wie heeft zijn huiswerk niet gemaakt?’ Ruim de helft van de pubers in lokaal 2B stak een hand op. Ze keken hem spottend aan, maar deden wat hij zei. ‘We gaan het hebben over de orchidee. Wie weet waar deze plant het best groeit?’
Marcel was nu de enige die zijn hand op stak. ‘In vochtige holtes meneer.’ Een triomfantelijke blik volgde op zijn antwoord. ‘Dat klopt Marcel. Orchideeën groeien in het wild vaak in holtes van grotten of bomen. De naam orchidee stamt af van het Griekse ‘Orchis’’, vervolgde hij de les. Gegrinnik in de klas. ‘Orchis betekent ook teelbal in het grieks’, fluisterde iemand. Het gesmiespel kwam van rechts, maar hij kon niet ontdekken wie het zei. Luider gegrinnik. Zijn nek prikte. Hij wilde zich niet van de wijs laten brengen; hij had deze les goed voorbereid. Hij moest doorzetten.

‘Er zijn 31.000 verschillende soorten orchideeën. Zo kennen we onder andere de Grote Muggenorchis, de Groene Orchis, de Bokkenorchis en de Welriekende Nachtorchis.’ Het schaterlachen van de leerlingen verbaasde hem tot hij besefte wat hij had gezegd. Het prikken in zijn nek werd erger. Hij voelde de warmte vanuit zijn hals omhoog kruipen naar zijn wangen. Gelukkig verborg zijn baard iets van het bloed vlak onder de huid, maar toch wist hij dat hij knalrood voor de klas stond. Houd vol, over een half uur gaat de bel, sprak hij zichzelf moed in.

‘Janneke, weet jij tot welke klasse de orchidee behoort?’ Hij had zijn vraag nog niet uitgesproken, of hij bedacht zich al hoe stom die was. Janneke bloosde. ‘Tot de Spermatopsida meneer. Ook wel ‘zaadplanten’ genoemd.’ Weer een lachsalvo. Marcel viel zelfs van zijn stoel. Aansteller.
Hij voelde de wanhoop toenemen. Zijn oksels prikten nu harder dan zijn nek en zijn blouse voelde klam aan. Paniekerig klemde hij zijn armen tegen zijn lichaam. Als ze zagen dat hij zo zweette, zagen ze zijn zwakte. Zijn angst. Dat zouden ze hem keihard betaald zetten. Rotklas.

Het lachen hield aan. Tranen prikten achter zijn ogen. Zijn neus liep vol snot. Zijn lip begon te trillen. Joep, het joch met de grootste bek, zag het. ‘U ziet er nogal gestresst uit meneer Van Grinsven!’, hikte hij. ‘U moet wat ontspanning zoeken! Misschien is een orgie een idee?’ Het lachen veranderde in bulderen. De eerste traan vond een weg via zijn wang naar zijn kin en spatte daarna uiteen op het bureau.

Van Grinsven kwam de volgende dag niet te laat op school. Hij kwam helemaal niet meer op school.

Standaard
Orchideeën

Het ware verhaal van de oudhollandse gebakkraam

Willem nam z’n plaats weer in op het kastje tegen de achterwand. Het was half zes, en erg veel klanten zouden er toch niet meer komen. Niet dat ze er überhaupt geweest waren, trouwens.

Verveeld hing hij met één bil op het kastje en bladerde wat door Facebook. Ook daar was weer niets gebeurd. Wat dat betreft was zijn oudhollandse gebakkraam ‘De Orchidee’ net zo succesvol als dat miljardenbedrijf, wat Willem weer enigszins opbeurde. Als het aan hem lag had hij de kraam al jaren geleden door Top Gear laten vernietigen tijdens één of andere bizarre race. Het enige oudhollandse aan de oudhollandse gebakkraam waren zijn oudhollands bevroren tenen aan het einde van de dag.

Er waren nog idioten die zijn oliebollen kochten. Niet veel, maar genoeg om wat centen op de bank te krijgen in de winterperiode. Na het oliebollenseizoen stond Willem tot eind maart op een kermis in Appingedam, verkocht hij ijs in de lente en zomer en bracht wat post rond in de herfst totdat de oliebollen weer mochten. Maar mochten is natuurlijk het verkeerde woord. Moesten. De oliebollen moesten weer. Willem was ervan overtuigd dat niemand die oliebollen écht wilde. Waarom zou je een met vet doorwrochte bal deeg bestrooien met een laagje suiker en vervolgens in je toch al te dikke gezicht duwen? Aan iedereen die het wilde horen vertelde Willem hoe het wat hem betreft écht zat: lang, lang geleden was er een gezin dat te weinig eten had. En op een goede dag was het zowaar 31 december geworden. De vader, een goedaardige ziel, vertelde zijn kinderen dat ze de jaarwisseling met een traktatie zouden vieren. En zijn vrouw, de schat, flikkerde het laatste restje deeg dat ze hadden in een pan kokende olie. Dat gezin overleefde die winter, de kinderen vertelden alle kinderen in de buurt van hun geweldige traktatie en het jaar daarop aten een vijftiental andere gezinnen ook oliebollen. Zo verspreidde deze ranzige traditie zich, tot iemand op het idee kwam om een oudhollandse gebakkraam om te bouwen tot oliebollendistributiecentrum. En zo was Willem aan zijn werk gekomen, aan De Orchidee. Maar de kern van Willems betoog was natuurlijk dat deze traditie opgebouwd was door kinderen en slechts gewaardeerd werd door kinderen, en dat ouders de traditie van die klotebollen alleen doorzetten vanuit nostalgie, waarmee ze vervolgens hun eigen kinderen besmetten.

De zaak was, met andere woorden, een vicieuze cirkel. En Willems huur was ook zo’n vicieuze cirkel, waardoor hij niet uit de oliebollencirkel kon stappen. Willems leven was een vicieuze cirkel.

Er was maar één manier waarop Willem protest kon plegen. Het was de reden dat hij zo uitgezakt mogelijk op het kastje zat, zijn uiterste best deed om ongeïnteresseerd te zijn en zijn oudhollandse gebakkraam zoveel mogelijk liet versloffen. De achterwand, waar vroeger een schildering van orchideeën op had gestaan (Willem had de enige oudhollandse gebakkraam van Nederland met zo’n schildering), was inmiddels geel van het vet. De banden waarmee het ding twee keer per jaar verreden werd, waren rafelig en slap. Boven Willems hoofd, aan de buitenkant, stond niet langer ‘De Orchidee’ maar ‘D O chidee’, en het zo puik ontworpen logo (een orchidee met een oliebol als bloem) hing slap voorover. Slechts de stengel van de bloem hield het logo nog van de grond.

Maar de mensen bleven komen. Het was de laatste jaren wel wat minder geworden, dat wel, maar die daling was grotendeels te plotten op het aantal mensen die met die hele glutenhype meegingen. Dat was tijdens de laatste vergadering van oudhollandse gebakkraamhouders uitgebreid besproken. De Jaarbeurs in Utrecht was een prima locatie geweest, maar de catering was wat ongelukkig gekozen. De speciaal gebakken oliebollen (het was juni) werden niet aangeraakt, en de zeer bezwete eventmanager moest McDonald’s laten aanrukken om een oproer te voorkomen.
In twee dagen hadden de oudhollandse gebakkraamhouders alle nieuwste trends op het gebied van gefrituurd deeg besproken. De ‘frikandeeg’ ging heel groot worden, net als de gefrituurde slagroomtaart waarvan Willem de naam was vergeten. Die nieuwe trends zouden ten koste moeten gaan van de berliner oliebol. Die was hopeloos ouderwets.
Natuurlijk was de haat voor hun vak aan bod gekomen tijdens de tweede dag van de beurs. Verschillende sprekers hadden gedeeld op welke manier zij het enthousiasme van het volk voor de oudhollandse gebakkraam probeerden te temperen. Eentje spoog op al de bollen die hij maakte, een ander keek zijn klanten nooit aan en weer een ander verkocht uitsluitend bollen van een week oud. Deze oplossingen konden natuurlijk rekenen op uitbundig applaus. De beste spreker was een 53-jarige man met connecties bij het Algemeen Dagblad die de Nationale Oliebollen Test had bedacht. Hij hoopte dat een professionele jury en de exposure van een nationale krant de mensen eindelijk kon doen walgen van oliebollen. Hij presenteerde een prachtige casus, waarbij het aantal bezoekers bij sommige oudhollandse gebakkramen met wel 89% was gedaald. De betreffende oudhollandse gebakkraamhouder stond er glimmend van trots bij. Helaas, moest de presentator toegeven, had de test ook het negatieve effect van een ‘beste oliebol’ tot gevolg. Er was dus een oudhollandse gebakkraam waar 233% meer klanten waren gekomen. De hele top tien had een dergelijke stijging gezien. Treurend gingen de oudhollandse gebakkraamhouders daarna aan het bier, wat de stemming gelukkig weer een beetje deed stijgen.

Na de beurs had Willem een aantal innovaties geïmplementeerd. Hij gebruikte voor zijn bollen nog uitsluitend Bland®-deeg, dat gegarandeerd smakeloos was. Ook had hij tijdens een workshop Klantontevredenheid geleerd hoe hij nóg lustelozer kon kijken. De truc zat ‘m volgens de cursusleider in de wenkbrauwen. Die moest je niet tot over de ogen laten zakken (dat leek vooral boos), maar juist nét een beetje optrekken. Daardoor leek je verbaasd dat iemand een oliebol wilde hebben, wat de mogelijke koper ongemakkelijk deed voelen.

Om vijf voor zes, Willem was de bakken aan het opruimen, kwam er een jonge, hippe moeder met een jengelend kind op De Orchidee af. Willem hoorde het gekweel van de kleine, maar bleef met zijn rug naar de twee mogelijke klanten bleef staan. Precies zoals geleerd bleef hij een tijdje doorwerken, om de consument de mogelijkheid te geven haar levenskeuzes te heroverwegen. Na een halve minuut kuchte de moeder over de schreeuwende, maar goed geklede kleuter heen. Willem zuchtte. Hij wist wat dit betekende: ze gaf toe. Willem draaide zich om en keek verbaasd naar de vrouw. Ze schrok direct, wat een goed teken was: ze had het door. Maar ze bleef staan.
“Hmm?” bromde Willem.
“Mag ik één oliebol, alstublieft?”
“Ik heb ze net opgeruimd.”
“Heeft u er niet nog ergens eentje liggen? Anders houdt-ie niet op met zeuren.”
“Ik heb hier nog wel eentje met krenten.”
“Nee, die moet-ie niet.”
“Ik heb niet anders.”
“Kunt u er niet nog eentje bakken anders?”
“Nee.”
“Heeft u écht niet nog een oliebol liggen?”
Willem zuchtte. Nu gaf hij toe. Hij was te goed voor deze wereld.
“Hier”, zei hij en stak de vrouw een oliebol op een servetje toe.
“Kan je er wat suiker op doen?”
“Is op.”
“Wil je een oliebol zonder suiker, Joris?”
“Neeee,” jengelde het kind, “ik wil mét suiker!”
“Nou, dan doen we dat er thuis nog wel even op. Kom maar.”
De vrouw gooide een euro op het doffe plastic van de toonbank en vertrok. Na zijn tong naar Willem te hebben uitgestoken volgde het jongetje haar ook.

Willem keek hen treurend na. Weer was zijn strijd tegen de bol vergeefs geweest. Weer hadden de kinderen gewonnen. Weer was zijn gehate Orchidee weer een stukje verder weg van de schroothoop. Zachtjes rolde een traan van Willems wang. Een voorbijganger zag het, hield halt en vroeg of er wat scheelde. Willem klaarde op om deze kans en riep de voorbijganger toe dat hij zijn enorme kokkert in z’n eigen incestueuze zaakjes moest steken. De voorbijganger riep een obsceniteit terug en vervolgde zijn weg. Blij en kwaad ging Willem weer tegen de achterwand hangen. Er was weer niets gebeurd op Facebook. Precies hoe hij het graag zag. Pas na een uur chagrijnig kijken had Willem door dat hij al een uur gesloten had moeten zijn.

Standaard