Verhaal #455 • Afgesproken thema: Maskers

Doe niets!

Doe niets!’ Met dit advies begon de cursus ‘acteren voor de camera’. Het was niet de eerste acteercursus die ik volgde. Er schuilt een groot acteur in mij, maar thuis gaan zitten wachten tot je ontdekt wordt, dat werkt natuurlijk niet.

De meeste cursussen zijn voor het theater bedoeld. Je begint in een kring met opwarmoefeningen en binnen tien minuten sta je te stampen en te schreeuwen en gekke bekken te trekken. Als je dan ‘los’ bent en ‘over je schroom heen’, begint het echte acteren. Vaak krijg je een paar regels tekst uit een toneelstuk. Dat is fijn, want tekst geeft houvast en de kans dat je tegenspeler plotseling rare dingen gaat doen, zoals bij improvisatietheater, is klein. Bij de presentaties volgt er steevast een gevecht om wie de beste speler is. Niemand komt naar zo’n cursus om iets te leren. Iedereen wil laten zien wat ie al kan. De spelers met de meeste lef en de grootste expressie scoren het hoogst bij de medecursisten en bij de docent. De meer verfijnde spelers, zoals ik, blijven ongezien.

‘Doe niets!’ Ik haalde opgelucht adem. Dit was mijn cursus. Eerst kregen we wat interviews te zien met grote Amerikaanse filmsterren, zoals Robert de Niro en Michael Caine. Hun boodschap was duidelijk: doe niets. Kijk naar je tegenspeler, richt je op zijn of haar ogen en laat ze niet meer los. Filmacteren doe je met je ogen. Je mag in geen geval knipperen. Als je knippert, verlies je de aandacht en daarmee de scène. Robert de Niro: ‘Stel, je tegenspeler vertelt je dat je moeder is overleden, kijk hem dan aan en zwijg. Het publiek vult de emotie vanzelf voor je in. Woorden maken hier alles kapot, want met woorden definieer je de emotie en daarmee verschrompelt die juist ontloken bloem. Doe niets!’

Om de cursisten zelf te laten ervaren wat de grote sterren bedoelen, liet de docent ons één voor één plaatsnemen voor de camera. Confronterend, want nu waren we op een groot scherm zichtbaar in extreme close-ups. Ieder puistje, iedere mee-eter kwam aan het licht. Toen ik in beeld kwam was de docent meteen enthousiast. ‘Kijk,’ zei hij, ‘dit is een echte filmkop. En waarom? Niet omdat hij bijzonder knap of lelijk is. Nee, omdat je onmiddellijk nieuwsgierig wordt naar wat er achter dat masker schuilgaat. Heldere blauwe ogen en een naar binnen gerichte blik. Dat verkoopt. Dáár kopen alle tienermeisjes een kaartje voor. Zien jullie dat?’ Iedereen zag het. Iedereen zag opeens wat ik al jaren wist. Ik was een groot acteur. Eindelijk was ik ontdekt.

Die avond probeerde ik alles uit wat ik geleerd had. Op een kruk aan de bar van een populair studentencafé richtte ik mijn heldere blauwe blik op een meisje dat ik al enige tijd op het oog had, maar nooit had durven aanspreken, laat staan aankijken. Ze keek terug, ze glimlachte. Ik glimlachte niet terug, maar bleef haar aankijken, met de blik naar binnen en zonder te knipperen natuurlijk. Na enige tijd merkte ik dat ze mijn blik begon te ontwijken, zichtbaar in verwarring. Weer wat later pakte ze haar jas, wierp me een vernietigende blik toe en verliet het café.

Tevreden ging ik naar huis. Het zou niet lang meer duren of ook dit meisje zou een kaartje kopen om mij in close-up te zien. Dan zal ze begrijpen waarom ik niets deed, waarom ik niets hoefde te doen.

Door: Erik Karel de Vries



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard