Verhaal #430 • Afgesproken thema: Fietsende Duitsers

Billen met putten

De man zit op een bankje en nipt van gloeiendhete koffie uit een thermoskan. Amsterdam komt om hem heen tot leven, voor zover de stad al slaperig was. Fietsers slingeren langs elkaar en trams rijden klingelend langs het park waarin hij zit. Zijn notitieblok ligt onaangeroerd op schoot. Hij heeft geprobeerd te schrijven, maar door de ijzige kou werkt zijn balpen niet. Hij had een potlood mee moeten nemen.

Zijn aandacht wordt getrokken door een fietser die net de bocht door kwam en nu van hem af fietst. Ze is enorm. Het smalle zadel lijkt door haar kont te worden opgeslokt en meer dan haar billen en het wiel dat kreunend er onder draait ziet hij niet. Ze zit op een racefiets, waardoor de rest van haar lichaam voorover hangt. Door haar veel te strakke groene fietsbroek, ziet hij de vele putten in haar immense bovenbenen en enorme billen. Hij heeft respect voor haar. Zij fietst tenminste.

Zijn eigen lichaam is te log voor een fiets, vindt hij. Daarbij is zijn conditie al jaren geleden tot onder het nulpunt gedaald. Dat ene korte wandelingetje, van zijn huis naar dit bankje is het enige stukje dat hij nog wandelt. Boodschappen laat hij doen door Hetty, zijn huishoudster. De arme vrouw sjouwt zich een breuk aan alles wat hij dagelijks in huis wil hebben.
Veel vet voedsel, grote flessen frisdrank, snacks voor in de vriezer (die hij één keer zelfs nog bevroren op at) en kilo’s chocolade. Ze haalt het allemaal in huis.

De man kijkt hoe de kont langzaam kleiner wordt in de verte, en tenslotte verdwijnt achter een auto. Wat moet die vrouw wel niet wegstouwen om zo’n achterwerk te onderhouden? Appeltaart, zo stelt hij zich voor, met een enorme berg slagroom waarvan er telkens wat in haar mondhoeken achterblijft als ze eet. Ze lijkt hem een Duitse. Nu is ze even flink aan het fietsen, zodat ze straks met rode wangen achter een bord sauerkraut met worst kan gaan zitten. Binnen tien happen is het op.

Ze zouden ze moeten verbieden, die fietsbroeken voor vrouwen. De man heeft nog geen moment aan zijn nieuwe boek gedacht. De enige vrouw die hij met regelmaat ziet is Hetty, maar dat is zo’n scharminkel dat een fietsbroek om haar knokige heupen zou lubberen. Hij probeert zich de kont weer voor de geest te halen. Een overdaad aan bobbelig vlees, dat zag hij zelfs door de fietsbroek heen. Net alsof er zo vaak door mannenhanden in is gekneed dat de vingerafdrukken zijn blijven staan.

De man brengt de pen naar zijn mond en likt aan het balletje in de punt. Weer probeert hij te schrijven, maar hij laat alleen een afdruk achter, geen kleur. De inkt is bevroren. “Billen…” krast hij in het papier. Dan moet het maar zo. “… met putten”. Die vlaag inspiratie die hem net in een groene fietsbroek is toegewaaid, kan hij niet zomaar laten wegvliegen. Hij brengt de balpen nogmaals naar zijn mond en zuigt. Hoe gaat het verder? Dan weet hij het, en hij drukt de pen zo hard op het papier dat het door de pagina heen prikt. “Kneden in een vrouw van deeg.”

Door: Mirjam van Doorn



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard