Verhaal #425 • Afgesproken thema: Tapasbar

Ø

Thans begeef ik mij naar La Pimienta. Al jarenlang is dit etablissement mijn favoriete tent. Excuus, als ik heb gedronken wil ik mij nog weleens bezondigen aan rijmelarij. De uitbater is een jonge Noor met een dommige uitstraling.

Hij heet Ø, spreek uit: Eu. En misschien is het kinderachtig, maar nog steeds moet ik elke keer proesten als ik zijn naam uitspreek, wat zeg ik, soms lach ik hardop als ik alleen al aan zijn naam denk. Dat kan op de wc zijn, dat kan in de trein zijn, dat kan tijdens een voordracht zijn van de zwaarmoedige schrijfster Aline Kuierteef. Of zoals laatst, tijdens een auto-erotische sessie. Dat was nogal een vreemde gewaarwording. En bedankt, Ø.

Onderweg naar La Pimienta zie ik veel Chinezen lopen. Ze verplaatsen zich in groepjes, en maken foto’s van de grachten. Vindt u dat overbodige informatie? Welnu dan, zet u zich maar schrap; de iepen staan er glorieus bij op deze aangenaam frisse, zonnige herfstdag.

Gisteren was ik bij Finkelschneider, mijn psycholoog. De stemmen die ik hoor hebben geen bestaansrecht, zegt hij. Dat weten we nou wel, Finkelschneider. Voor mij zijn ze toch echt echt. Sowieso krijg ik regelmatig de indruk dat die kerel nauwelijks naar me luistert. Waarschijnlijk zit ‘ie met zijn gedachten bij de voedzame, smakelijke maaltijd die zijn vrouw hem ’s avonds zal voorschotelen. Rauwe andijviestamppot, met een smeuïg balleke wellicht. Ter hoogte van Felix Meritis klampt een vrouw met een zeer aanwezig brilmontuur mij aan, de trut. Ze wordt begeleid door een kleine man met een veldmuis-achtig voorkomen.
‘Mag ik u een vraag stellen?’
‘Één vraag maar?’ wedervraag ik het mens, ‘Weet u wel hoe druk ik het heb? Stelt u er maar drie. Tijd is geld, weet u.’
De bril kijkt me verbaasd aan.
‘Ik wilde eigenlijk weten welke kant het Rijksmuseum op is.’ zegt ze met een Drents accent en een zorgelijke blik.
‘Ik zal u vertellen welke kant het Rijksmuseum op gáát, als u het niet erg vindt. De weg die het algehele team onder leiding van de huidige directeur – Wim Pijbes – is ingeslagen, heeft alles te maken met het zo goed mogelijk beheren van ons cultureel erfgoed, alsmede een museale collectie aan te bieden die past in de 21ste eeuw. Volgende vraag.’
De kleine man heeft een stapje terug gedaan en trekt nu aan de mouw van de bril. ‘Kom, Tine, laat maar,’ piept hij. Het zweet staat op zijn voorhoofd. De bril mompelt iets tegen haar veldmuis, en wendt zich dan tot mij. Ik ben echter inmiddels push ups aan het doen, dat doe ik nou eenmaal iedere dag om 14.35. De twee lopen door zonder om te kijken. Rare mensen. Van al dat gesport heb ik wel honger gekregen. Laat ik vandaag eens de kip in sherry nemen. Daarna boquerones fritos. Iets verderop, op een brug, kukelt iemand achterwaarts van een Segway. Het is een dikke man met een stom helmpje op zijn hoofd, de zeikerd. Met een doffe klap komt hij op zijn rug terecht en spartelt nog even met zijn benen in de lucht. Een fraai gezicht zou ik het niet willen noemen. Je maakt wat mee op zo’n doordeweekse dag. Bij La Pimienta aangekomen ga ik aan mijn vaste tafeltje zitten. Als ik het uiige gezicht van Ø mijn kant op zie komen, kan ik me met moeite inhouden. Ik begrijp best dat sommige mensen zich soms aan mij storen.
‘Goedemiddag, Ø!’ gier ik het uit, ‘Ø, Ø, Ø!’
De Noor zucht, en glimlacht hoofdschuddend. Hij kent me, ik kom hier al jaren.

Door Vale Karotte



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard