Verhaal #395 • Afgesproken thema: Ik vertrek

Lieve Liesbeth

Herman stapte de gang binnen, gooide zijn aktetas in de hoek en probeerde zich te bevrijden van zijn veel te strakke sjaal.
‘Dag schat!’
Stilte. Altijd die stilte.
Hij liep door de smalle gang van hun appartement en sloeg links af naar de huiskamer waar hij zijn vrouw aantrof. Herman bleef zenuwachtig in de deuropening staan, alsof hij wachtte op een uitnodiging om naar binnen te stappen.

‘Lies, sorry dat ik zo’n troep heb achtergelaten. Had het graag opgeruimd maar had haast.’
Hij stond er een beetje verslagen bij, keek in de ogen van zijn vrouw, in die lieve bruine kraaloogjes van die lieve Liesbeth, en schraapte zijn droge keel. Hij zou tot het einde van de aarde rennen om even haar stem te horen. Hij had alles al geprobeerd maar niks hielp, en het maakte hem moedeloos.

‘O ja, wel even leuk om te weten, heb vandaag eindelijk mevrouw Zwart- ‘voor jouw Stella, mop’ ontmoet.’ Herman probeerde de leegte van de geluidsloosheid te vullen met onzinnige woorden. Hij friemelde aan zijn blouse en streek zenuwachtig met zijn hand door zijn zweterige haren.
‘Je had gelijk, ze is alleraardigst. Lekkerding wel. Heb trouwens ook Gerard eten gegeven. Heb ik dat ook weer eens gedaan, ik vergeet dat zo vaak. Hij zal het me gelukkig nooit kwalijk nemen. Gek is dat toch, dat zo’n kat je het gevoel geeft dat je onvoorwaardelijk geliefd bent.’
Hoeveel pijn die laatste woorden deden merkte hij pas toen ze zijn lippen hadden verlaten.
‘Hij haalde me bijna over om te blijven. Maar dan zie ik jou ineens weer hier en dan weet ik ineens weer dat ik me iedere ochtend voorneem om een einde aan mijn leven te maken.’
Het was eruit voordat hij het doorhad en hij schrok ervan. De woorden die hij iedere ochtend voor de spiegel oefende, eindeloos herhaalde op weg van werk naar huis, het lukte hem nooit om het te zeggen. En nu ineens, in de schrik van zijn verdrietigheid, floepte hij het eruit alsof het niks anders was dan een ‘de melk is op’.

Herman stond nog steeds in de deuropening. Nog steeds friemelend aan zijn blouse. Een lange verslagen slungel met bruin haar en nog bruinere ogen. De kogel was door de kerk.
‘Ik ga weg Lies. Het kan gewoon niet meer. Ik trek het gewoon niet weet je.’
Hij wist dat hij haar wel een betere uitleg verschuldigd was, maar het lukte gewoon niet. Alles wat hij in zijn hoofd zo perfect kon formuleren kwam als een vieze drek uit zijn mond sijpelen. Hij had geen controle meer en zijn verdriet kreeg de vrije loop.
‘Snap je, ik moet maar altijd blijven doen alsof het oké is tussen ons. Altijd thuis komen en maar zien wat ik aantref,’ Het hartverscheurende gehuil van Herman vulde de kamer. ‘Terugkeren naar een koud, leeg bed. Ik ben er klaar mee. Ja, ik weet wat ik heb belooft. Dat ik door zou zetten. Dat ik zou blijven. Ik weet het. Maar ik kan niet meer.’
Hij had het in zo’n vijf seconden eruit gegooid en stond hopeloos hard te huilen. Langzaam liep hij naar haar toe. Hij keek diep in haar prachtige ogen.
‘Het is tijd. Ik hoop dat je dat snapt.’
Na de laatste stap haar kant op gaf hij een lange kus op haar voorhoofd en voelde het koude glas aan zijn lippen, het glas die de foto al drie jaar lang beschermde.
Nog een keer keek hij naar haar mooie gezicht, droogde zijn tranen met de mouw van zijn verkreukelde blouse.
‘Ik ga het doen. Geen zorgen, ik zal geen pijn hebben.’
En na al die jaren kon hij eindelijk weer lachen. Het was eindelijk zo ver.
‘Ik hou van je. Tot zo.’

Door: Madelief Pormes



Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard