Sinterklaas

Stoombooty

Als ik aan Sinterklaas denk, denk ik aan tegenvallende cadeautjes. Boekenbonnen, sokken, goedkope laptopspeakers of zo’n kookboek van Jamie Oliver waarin staat hoe je in vijftien minuten een lekker en gezond gerecht kunt maken, maar drie kwartier later ligt er een culinaire miskraam op je bord en dat bord was trouwens een sinterklaascadeau van drie jaar geleden. Ook denk ik aan al die erbarmelijke gedichten van mijn familie en hoe ze al zeker twintig jaar James op games laten rijmen. Ze gaan nooit voor Boheems, inheems of de gespierde Afro-Amerikaanse acteur Ving Rhames. Ook denk ik aan mijn autistische neef Marius, die nog steeds denkt dat de letter M chocoladeletters groter zijn dan de letter J chocoladeletters. ‘Haha! Mijn chocoladeletter is groter dan jouw chocoladeletter. Ik ben zo blij dat ik Marius heet.’ Veelal zeg ik dan iets over dat de m voor maagd of mongool staat en dan lachen we samen of hij gaat in zijn eentje huilen. Als ik aan Sinterklaas denk, denk ik ook aan Sinterklaas kapoentje en hoe mijn oom, een gepensioneerde geschiedenisleraar, ieder jaar weer uit gaat leggen wat een kapoen is. Een kapoen is een gecastreerde haan. Het blijft een merkwaardig kinderliedje. Maar als ik mijn ogen sluit en aan Sinterklaas denk, denk ik aan 3 december 2007. Mijn toenmalige vriendin, een gymlerares op een basisschool, had die dag Sinterklaas gevierd op haar werk en kwam thuis als Zwarte Piet. Wat volgde was een zorgwekkend en buitengewoon seksueel rollenspel. Ze was wit en zwart, een zebrapad van vlees en ik gaf me over aan mijn kersverse schminkfetisj. Vooral de geur van schmink maakte me bronstig, vandaar dat ik sindsdien met een grote boog om kinderfeestjes heen loop. Mijn toenmalige vriendin, laten we haar voor het gemak Xanandra Zelinda noemen, was gezegend met het lichaam van zo’n vrouw die figureert in de videoclips van hiphopartiesten. Ze had een meer dan solide hockeykont en met haar gigantische waterhoofdborsten hypnotiseerde ze menig heteroman. Natuurlijk heeft mijn huidige vriendin een veel beter lichaam dan Xanandra Zelinda, dat staat buiten kijf, maar Xanandra Zelinda mocht er wezen. Ze droeg haar sletterigheid als een Tark broek, maar op die dag droeg ze een maillot en ik had in die tijd al een joekel van een maillotfetisj. Een maillot is simpelweg net iets mysterieuzer dan een panty. Je ziet de vorm van de benen, maar je ziet geen huid. Het laat wat aan de verbeelding over en verbeelding is de belangrijkste erogene zone van de man. In mijn verbeelding had ze knieholtes en een moedervlek op haar rechterenkel, oooooo hoe fucking geil is dat? Seks hebben met een Zwarte Piet was een wonderlijk iets, want ik had niet alleen seks met mijn blanke vriendin, neen, ik had ook seks met een getinte man en dat merkte ik vooral aan zijn/haar uithoudingsvermogen. Afgelopen week zag ik Xanandra Zelinda winkelen in mijn straat. Ze was naar een rek broeken aan het kijken zoals alleen vrouwen naar een rek broeken kunnen kijken. Ze was in zes jaar minimaal negen jaar ouder geworden. Haar borsten hingen alsof ze zelfmoord hadden gepleegd en ook haar billen hadden een aanzienlijk deel van hun stevigheid verloren. Toch stapte ik op haar af, want zo ben ik nou eenmaal. Aardig. Ik zie vrouwen niet als een stuk vlees. Het gaat om de binnenkant. Xanandra Zelinda leek op een speklap. De moraal van dit verhaal? Fuck de moraal, maar een gecastreerde haan was nooit in zo’n ongemakkelijke situatie terechtgekomen.

Door: James Worthy
Dat schrijvertje. Lebowski, Top Notch, Playboy, SP!TS, JFK, James Worthy. Wat een Leven. Zwarte Sylvester. Nieuwe roman begin 2014.

Standaard
Sinterklaas

Brullen

Niet iedereen kon een witte baard zo sexy dragen als Hendrik. Hij keek zich zelf nog eens aan in de spiegel en streek met zijn rechterhand door het nephaar.

Een lachje, een knipoog en de gedachte dat Monique hem eens zo moest zien. Wie dacht er nu alleen maar aan zichzelf?
Maar Monique was deze donderdagochtend niet in sporthal De Inzet waar vierhonderd kinderen uit de omgeving waren verzameld om de verjaardag van Sinterklaas te vieren. Sterker nog, Hendrik had geen flauw idee waar zijn vrouw op dit moment uithing. En kon het hem iets schelen? Hij dacht van niet.
‘Sinterklaasje, bent u er klaar voor? We hebben een beetje haast, we moeten immers vanavond nog de daken op met de cadeautjes voor al die lieve kindertjes!’ zei een zwart geschminkt hoofd om de hoek van de kleedkamer.
‘Alsjeblieft Martijn, doe even normaal, idioot,’ zei Hendrik via de spiegel. ‘Ik vind het best om voor die kinderen Sinterklaas te spelen, maar als ik ergens een bloedhekel aan heb, dan is het wel aan dat amateurtoneel van volwassenen achter de schermen. Moet ik je dat nou elk jaar vertellen? Is het zo lastig om dat eens in die belachelijk grote oren van je te knopen?’
Even keken de twee verklede mannen elkaar via de spiegel in stilte aan. In de verte hoorden ze enthousiaste kinderstemmetjes een Sinterklaaslied zingen. Of zingen, het was meer brullen. Misschien moest hij daar straks wat van zeggen. Weten jullie wel dat Sinterklaas een hekel aan brullende kinderen heeft? En Sinterklaas niet alleen, ook jullie pappa’s en mamma’s worden er erg verdrietig van.
‘Wat ben je toch een vreselijk zelfingenomen lul,’ zei Martijn en hij verdween naar de hal.
Hendrik gnuifde en streek nog eens door zijn witte baard. Het is waar wat ze zeggen, dacht hij, mannen worden inderdaad mooi oud. Nu was hij altijd al een knappe man geweest, maar het was zeker fijn om te kunnen constateren dat hij er in ieder geval niet lelijker op werd nu hij de veertig was gepasseerd. Vrouwen daarentegen, die worden er niet bepaald knapper op naarmate de tijd verstrijkt. Dat is de natuur, wist hij. Als ze eenmaal hebben gebaard, is het niet meer nodig om aantrekkelijk voor het andere geslacht te zijn. Er is voortgeplant, het voortbestaan is gered.
Hij gaf zichzelf nog een knipoog en draaide zich weer om. Van de tafel pakte hij de mijter en zette ‘m op z’n hoofd. Met zijn rechterhand zocht hij in zijn tabberd naar zijn iPhone. Even een fotootje maken, voor Annemiek. De begeleidende tekst voor in het WhatsApp-berichtje had hij vanochtend al in zijn Audi A6 bedacht: Omdat je gisteravond zei dat je een zwak hebt voor mannen in pak. Succes met je tentamen vandaag.

Standaard
Sinterklaas

Juf Irma

Tien minuten, dat haalden ze nog wel. Irma liep achter hem aan. Ze keek naar de tekeningen aan de muur. Naar de pakjes bij de kartonnen schoorsteen.

Ze moest de neiging onderdrukken om aan haar wang te krabben. Ze liepen de aula in, het podiumpje op. Achter de gordijnen stond de poppenkast. Ze keken elkaar aan en knikten.
Zonder iets te zeggen zette ze haar in het zwart gehulde handen op de plank, waarop ze normaal de poppen liet acteren. Ze voelde hem in haar nek hijgen, een zurige lucht drong haar neus binnen. De tot halverwege haar bovenbenen afgestroopte maillot zat vervelend. Het piepende geluid van de houten kast maakte haar zenuwachtig. Ze keek door de spleet in het gordijn en zag de grote, versierde stoel in de lege hal die zometeen vol zou stromen. Hij vroeg of ze stout was geweest. De jeuk op haar wang was ze vergeten.

Het is morgen al pakjesavond, had hij vanochtend gezegd. Ze had de ogen van haar sterfelijkheid wijd opengesperd door diep en snel in te ademen. Ze wist het, ze wist het. Maar hoe kon ze ooit uitleggen dat hij en zijn zusje geen cadeaus kregen? Desperaat als ze was, overwoog ze te gaan stelen. Ze kon niet weer aankomen met zelfgebreide mutsjes. Een succes was dat niet geweest, de klas had ze keihard uitgelachen.
Was Willem er nog maar, dacht ze. Ze schudde met haar hoofd. Nee, niet weer hierin vervallen. Ze moest iets doen.

Het is ook zwaar, had ze gehoord. Je bereidt je voor op één, maar je krijgt er twee. Dat is heftig. En duurder. Geen wonder dat het even moeilijk gaat, redeneerden haar vriendinnen. Logisch. Natuurlijk. Jij kan er ook niks aan doen, zeiden ze. Willem krijg je niet terug, die is er niet meer. Maar zijn schulden zijn er nog wel, zou haar vader zeggen.
De woorden gonsden door haar hoofd. Ze kon altijd bij ze terecht. Maar nog meer lenen wilde ze niet. Kon ze niet.
De tijd om na te denken was op. Ze moest zich gaan laten schminken. Ze liep door de lange stenen gang naar het kantoortje om te kijken of de directeur al omgekleed was.

De baard stonk naar bier. Die was na vorig jaar waarschijnlijk niet gewassen. Of iemand heeft hem in de tussentijd nog aangehad, dacht hij, tijdens een feestje of zo. Hij lachte bij de gedachte aan meester Wim in het pak op een vrijdagavond in de kroeg. Hij deed de baard om, hij had geen keus. De kinderen zouden vreemd opkijken als Sinterklaas zonder baard zou verschijnen. Als laatste trok hij de witte handschoenen aan, pakte zijn staf en liep zijn kantoor uit. Arme juf Irma, dacht hij, arme, arme juf Irma. Hij wilde haar best een handje helpen. Maar daar moest ze wel iets voor doen.

Standaard
Sinterklaas

Amsterdam ten tijde van de Zwarte Pieten-discussie ‘13

Ik weet het nog goed, het was in oktober 2013, midden in het heetst van de Zwarte Pieten-discussie. Het hele land stond in rep en roer.

Minister-President Rutte, die toen nog niet uit de kast was gekomen, had er een toespraak over gehouden en allerlei Bekende Nederlanders hadden er een mening over. Het was niet makkelijk om in die tijd gewoon je leven te leven. Te pas en te onpas werd er naar jouw opvattingen gevraagd en als je niet uitkeek zat je weer vast in een urenlang gesprek over de historie van Zwarte Piet, die al dan niet racistisch zou zijn.

En ik was op een zaterdag, volgens mij de derde van de maand, midden in het hol van de leeuw: Amsterdam. Dat Amsterdam eigenlijk niet bij Nederland hoorde was wat mij betreft al een tijdje duidelijk, maar het werd in deze roerige tijd nog eens bevestigd. 50% van de Amsterdammers vond in die tijd dat Zwarte Piet aangepast moest worden naar deze tijd, ten opzichte van 10% van de rest van Nederland. En in dat buitenland doolde ik als hondsnuchtere Drentenaar door de straten. Ik was als verslaggever van het Dagblad van het Noorden naar Amsterdam gestuurd om te onderzoeken wat die rare Amsterdammers nu weer bezielde. Niet wetend waar ik moest beginnen, ben ik toen maar gewoon de Kalverstraat ingelopen. Nou, dat heb ik geweten hoor. Binnen twintig meter had ik al drie spontane groepsdiscussies ontwaard. En naarmate ik verder liep groeide het aantal gesprekken. Zelfs toeristen mengden zich vol vuur in het gevecht. Ik kwam nog maar met moeite verder, omdat de discussiërende groepen mensen de hele straat bezetten. Bij de eerste H&M was er echt geen doorkomen meer aan. Ik werd aangesproken. Of ik soms ook zo’n vieze racist was. Ik zei dat ik neutraal was. Grote ogen keken me aan. Dat kan niet, klonk het. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door de straat. De straat viel stil. Honderden ogen keken me aan. Hij vindt er niks van, hoorde ik fluisterend. Het was alsof ik de eerste blanke missionaris in Papua-Nieuw Guinea was. Mensen begonnen me aan te raken. Het werd benauwd. Toen besloot ik me uit de voeten te maken. Ik schreeuwde heel hard:

“Ik heb geen mening! Ik heb geen mening! Ik heb geen mening!”

De mensen deinsden uiteen. Ik dook een steegje in. Ik keek achterom en zag dat een paar mensen me probeerden te volgen. Ik schreeuwde mijn zin weer. Ze vielen om, als door kogels getroffen, ik zweer het je. Zo heb ik de Discussie van ’13 overleefd. Ik had natuurlijk nooit naar Amsterdam moeten gaan, maar mijn gebrek aan mening heeft me uiteindelijk gered.

Standaard
Sinterklaas

Donker

Een natte pluk blijft in mijn mondhoek hangen en ik zuig de sneeuw uit mijn haar. Je mag geen sneeuw eten, maar hoe ouder ik ook word, iedere keer als er verse sneeuw op een autodak ligt, pak ik een beetje en stop het in mijn mond.

Als ik ’s avonds met de hond op straat loop, en niemand me sneeuw kan zien eten, geef ik de hond op zijn donder omdat hij gezellig met me mee eet. “Daar krijg je een koude buik van en ik wil vannacht niet je kots opruimen.”
Tegenover het huis van mijn zus zet ik mijn fiets op slot. Het fietssleuteltje valt en het rolt even door. Ik buk, voel de steen in mijn buik rustig meerollen. Mijn rugzak schuift in mijn nek, tegen mijn achterhoofd aan en als ik omhoog kom valt er een sneeuwvlok in mijn oog.
“Ik had vandaag sjans met een Zwarte Piet,” roept mijn zus vanuit de keuken.
Met mijn hoofd schuin lees ik de titels in haar boekenkast. “Oh?”
“Ja. Ik stond bij de kassa en nou ja. Ik weet het niet zeker, maar hij keek me zo aan met een blik van ‘Ga jij maar eens mee in de zak naar Spanje’.” Mijn zus lacht terwijl ze de aardappels stampt. “Heb je honger? We eten boerenkool, misschien niet zo chic maar het past zo goed bij deze avond.”
“Jawel hoor.”
Mijn zus heeft kaarsen aangestoken en de tafel mooi gedekt. “Ga lekker zitten, lust je wijn?”
Ik knik.
Ze schenkt de wijn in, een rode druppel glijdt langs het glas zo op het witte damast.
Onze glazen klinken.
“Op Sinterklaas!” en ze knipoogt.
“Op de Sint.”
Tijdens het eten is het stil. Ik wacht af. Het duurt even voor mijn zus haar servet op tafel gooit en haar stoel naar achteren schuift. “Ik kan hier niet meer tegen. Ik weet het niet meer met jou. Is het de winter? Dat het zo donker is, kun je daar dan niet meer tegen?”
Ik staar haar aan. Als ik knipper rolt er een traan over mijn wang. Bij mijn mondhoek lik ik hem op.
“Waarom huil je iedere keer als ik je zie? Je bent 23, dit hoort niet. Je hoort gewoon gelukkig te zijn en leuke dingen te doen. Niet met mij op pakjesavond saaie boerenkool te eten.” Ze schuift haar bord opzij en pakt mijn hand. “Wat is er aan de hand?”
Ik sta op en loop naar mijn zus toe. Kruip op haar schoot en leg mijn hoofd tegen haar aan.
Ze pakt mijn haar vast, draait een pluk om haar vingers en zo zitten we even.
In de gang geeft ze me een onhandige knuffel. “Je kunt me altijd bellen.”
Ik haal mijn fiets van het slot. Fietsen durf ik nu niet, bang dat ik keihard met mijn hoofd op de stoeprand val en er niemand op mijn begrafenis komt. Dus ik loop.
Mijn zus kijkt me na. Ze houdt de kraag van haar vest stevig tegen zich aangedrukt. Ze steekt haar hand omhoog en zwaait. Ik zwaai terug en draai me weer om.
Bij het stoplicht sta ik naast een auto. In de auto zit een Zwarte Piet. Hij lacht naar me.
Mijn hand gaat richting het dak van zijn auto. Er ligt zo’n vier centimeter verse sneeuw. Ik kijk de Zwarte Piet aan en prop mijn mond vol.

Robin Smits

Standaard
Sinterklaas

Piet op vier poten

Sinterklaas 1998. Er stond dat jaar maar één ding op mijn lijstje: een konijn. Een langharige witte, om precies te zijn.

Ik zag ons leven samen al helemaal voor me. Hij hoefde niet buiten in een houten hok maar mocht gewoon bij mij op de kamer slapen. Mijn poppenbedje had ik al omgetoverd tot konijnenbedje. Met en matras van stro en een kussen van wortels. Hij zou een halsbandje krijgen, zodat ik hem af en toe mee zou kunnen nemen naar de schommels.

Weken leefde ik toe naar de vijfde van december. De avond van te voren sliep ik slecht en op dag zelf gierden de zenuwen door mijn lijf. Tijdens het toetje, pannenkoeken met slagroomijs, werd er hard op het raam geklopt. Ik en mijn zusje renden naar buiten en vonden daar een enorme zak met cadeaus. Maar naast die zak stond iets veel belangrijkers: een kartonnen doosje. Groter dan een schoenendoos, kleiner dan een verhuisdoos en met in de bovenkant kleine gaatjes.

Het geheimzinnige doosje mocht als eerste uitgepakt worden. Door mijn zusje. Wat ik een beetje raar vond, míjn konijn zou er tenslotte in zitten! Nadat ze de deksel er wild af rukte werden haar ogen zo groot als schoteltjes. Een zwart snuitje kwam tevoorschijn en nog voordat ik met mijn ogen kon knipperen had mijn zusje hem al in haar armen. Het was niet wit. Het was niet langharig. Het was geen konijn. Het was een hond, een teckel. Ik was bang voor honden. Ik kreeg de eer het zwarte mormel een naam te geven, als goedmakertje. Zwarte Piet leek mij wel toepasselijk.

Sinterklaas 2012. Het is de avond van 5 december, maar die staat al jaren niet meer in het teken van Sint en zijn pieten. Daar zijn ik en mijn zusje te oud voor geworden, dat vinden mijn ouders in ieder geval.

De afgelopen jaren is 5 december voorbij gegaan als zomaar een avond, maar dit jaar is het anders. Samen met Pietje lig ik op zijn kussen. Lepeltje lepeltje liggen met een teckel werkt perfect en het is dan ook onze favoriete knuffelhouding. Het duurde even, maar in 2002 kwam ik tot de conclusie dat een teckel eigenlijk echt wel leuker is dan een konijn. Samen met Piet ging ik op pad. Naar de schommels en toen we wat ouder waren gingen we graag samen naar het strand. Toen ik uit huis ging kwam ik in de weekenden speciaal voor Pietje naar huis. Dan kriebelde ik hem eindeloos achter zijn oortjes en lagen we samen een beetje te tukken. Net zoals nu eigenlijk. Maar vandaag is het anders. Over een half uur komt de dierenarts en over een uur is Piet er niet meer. Mijn maatje ligt heftig te puffen in mijn armen. 14 jaar en ‘op’. Zijn kop is nat van mijn tranen.

Ter nagedachtenis aan Roeschka Hampe Hendriksen. De liefste teckel van de wereld, ook al was ik bang voor honden. 1998-2012.

Standaard
Sinterklaas

Aardappelkroketjes

Sinterklaas viel dat jaar op een maandag, maar omdat Froukje dat geen feestelijke dag vond, kwamen ze een dag eerder allemaal bij elkaar. Haar kleine, maar vreselijk gezellig ingerichte flatje aan de Bilderdijkstraat was uitgekozen als feestlocatie, dus iedereen was het er ook wel over eens dat Froukje enig recht van spreken had bij het prikken van een geschikte datum. Rein, als Sinterklaasmaagd, had zich wijselijk niet in de discussie op Facebook gemengd. Wel had hij op vind ik leuk gedrukt zodat z’n nieuwe vrienden wisten dat hij belangstelling had voor het feest. In de dagen erna had hij ook af-en-toe een reactie onder het Sinterklaasbericht van een duimpje voorzien (Erik: “Kijk, Sinterklaas als smiley: <+:-}}} hahaha ik kan trouwens zondag ook!!”) om aan te geven dat hij het allemaal goed in de gaten hield.

Dus zondag 4 december zaten ze met z’n allen bij Froukje aan de Bilderdijkstraat. Bij binnenkomst had Erik nog even bij Froukje geprobeerd het uitpakken van de cadeaus te laten beginnen na Studio Sport, maar dat probleempje had ze snel in de kiem gesmoord. In het keukentje, buiten het gehoor van de rest, had ze hem er fijntjes aan herinnerd dat Mike ook iets soortgelijks vorig jaar in de groep had gegooid en ze wisten inmiddels allebei donders goed wat daar de gevolgen van waren geweest. De stomerij had de vlekken nooit helemaal uit Petra’s jurk gekregen en Froukje had er altijd een schuldgevoel aan overgehouden want het waren immers haar aardappelkroketjes met aioli geweest die Mike kwaad had gelanceerd middels een goed uitgekiende klap op z’n vork. Die ellendige televisie bleef vanavond uit.

Voor Rein was het zonder meer een mooie avond. Hij was als laatste bij de vriendengroep gekomen en dat hij het Sinterklaasfeest dit jaar mocht meemaken, was iets waar hij zich al wekenlang op verheugde. Sinds Rein voor z’n studie naar Amsterdam was verhuisd, maakte hij steeds meer spannende dingen mee. Fietsende toeristen op de trambaan, overal duiven, dat lijk in de Prinsengracht en nu zelfs Sinterklaas. Zijn oude vrienden in noordwest-Groningen zouden hem eens moeten zien.

In Kaakhorn, zijn geboorteplaats in de gemeente De Marne, direct ten noorden van Westernieland aan een doodlopende weg, werd nooit Sinterklaas gevierd. Dat was nog iets van uit de oorlog. De haat tegen Duitsers zit in Kaakhorn zo diep, dat alles wat ook maar een beetje Germaans of Nationalistisch in de oren klinkt het dorp wordt uitgejaagd. En weliswaar komt Sinterklaas officieel uit Turkije en was hij naar verluidt zeker geen nazi, toch had burgemeester Kamminga vrijwel direct na de bevrijding besloten het feest ter ere van Sint Nicolaas te boycotten in zijn Kaakhorn. Het risico op een nieuwe bezetting was gewoonweg te groot en je kon nooit voorzichtig genoeg zijn. Boer Hansma had die dag ook al z’n schimmels na het slachthuis moeten brengen. Paarden die zo wit zijn, die zijn niet te vertrouwen had de burgervader in al zijn wijsheid gezegd en sindsdien was het in Kaakhorn een goede traditie geworden om rond 5 december met het hele gezin gezellig gerechten met paardenworst te eten.

‘Sokken zijn altijd fijn, dus pak het nu maar uit, Rein. Verklapt heb ik het toch niet? Groeten van Sint en Piet.’ Rein legde het gedichtje naast zich neer en begon voorzichtig het cadeaupapier los te maken.
‘Nou, dat zijn vast geen sokken,’ zei Erik, de grappigste van de groep. ‘Ik denk dat het een fles wijn is.’
Froukje lachte hard en graaide nog een keer in het schaaltje pepernoten.
‘He, sokken, wat leuk,’ zei Rein. ‘Vroeger mocht ik nooit witte.’

Standaard