Verhaal #653 • Afgesproken thema: Zeker en vast

Een droom in het park

Dit is een verhaal over een droom die ik had terwijl ik in een park lag weg te doezelen. Ik vertel het vast vooraf, zodat je aan het eind niet denkt: ja, maar ho even, dat is lekker makkelijk zo.

In mijn dromen ga ik nooit dood. Soms droom ik nog over neuken, maar meestal gaan mijn dromen over angsten. Angsten in gemodelleerde werelden waarin ik op zoek moet naar mezelf, in willekeurige vormen. Soms moet ik een bal zoeken in een bos met agressieve honden, een vallende vrouw vangen op een steil pad met boosaardige reuzen of een bepaald geluid reproduceren in een doolhof vol geluiden. En soms droom ik dat ik alleen nog maar verwijzingen naar literaire grootmachten kan gebruiken. Allemaal dromen waarin ik op randjes balanceer.

In elke droom ben ik iemand anders, draag ik een ander masker en tijdens de zoektochten ervaar ik vooral de angst om erachter te komen dat er niets achter die maskers zit. Geruststellend zijn de woorden van Ilja Leonard Pfeijffer in het fantastische Brieven uit Genua, over Gerrit Komrij: ‘Ik begreep dat zich achter al zijn maskers niemand schuilhield omdat hij al zijn maskers waarlijk was.’

De geur van zonnebrand, barbecue en jonge honden raast over de grasvelden van het wijd uitgestrekte park. Allerlei soorten beest drentelen om elkaar heen en ik zit er op een kleed middenin. Reuen, wolven, mensen en teven, allemaal kiezen ze op hun eigen manier hun plek in het veld. Jagers en vissers, prooien en vissen.
Dierlijke instincten worden in het algemeen geassocieerd met de actieven, die direct op hun prooi afgaan. Met hen die niet denken, maar doen. Maar de beesten die rustig wachten, hun tijd berekenen, passief zijn zonder enkele negatieve connotatie, zij met het lange kijken, zij maken evengoed gebruik van hun instinct. Ze volgen hun driften van de natuur echter op zeer bedeesde wijze op.

Boven ons een aantal nietszeggende vogels en ik kijk wie er allemaal zijn. De vrouw met de verlopen tatoeage en het oranje broekje. De verkoper met de ijsfiets en de dreadlocks. Ouderen met de hoest op het bankje. Het zelfportretterende meisje met de doppen in haar oren. De gemeentewerkers met hoeden op hun hoofden. De twee honden, nat van de vijver, die om en om de haas spelen. De man met de grote pet en de djembé.
De knuffelende vader met de baby met een vissershoedje op. De man met het bijzondere boek dat ik nog moet lezen. De fietsers met hun figurantenrollen. De baby met de luier die moet worden verschoond. Ik lijk ze allemaal te kennen.

Terwijl ik wacht op mijn opdracht vraag ik mij kort af: tot welke leeftijd mag je andermans billen afvegen in het park? Stel ik had een incontinente vader – let wel, dit is een droom, deze voorstelling is volledig visueel voor mij – zou het worden geaccepteerd als ik hem van zijn vuil zou ontdoen? Als ik hem op zijn rug zou leggen, zijn benen omhoog zou houden en een nat doekje door zijn billen zou halen? Of zouden de passieve mensen over ons fluisteren en de actieve mensen mijn vader en mij van allerlei kanten filmen? En wat als ik gewoon iemands billen wil afvegen zonder dat daar enige vorm van incontinentie of noodzaak bij komt kijken?

Naarmate de zon zijn sterkte verliest, wordt de geur van zonnebrand en barbecue verruild voor die van wiet en drank. Ik kijk wie er nog over zijn. De vrouw met de verlopen tatoeage en het oranje broekje loopt net weg, de man met de grote pet pakt zijn djembé in en de fietsers met hun figurantenrollen hebben een veel minder sterke functie dan voorheen. Ik ben alleen aan het raken. De ruimte om mij heen wordt almaar donkerder. Er komt maar geen opdracht, ik hoef hier niks te doen. En net als ik op het punt sta te beseffen dat het mijn grootste angst is om helemaal geen droom te hebben, word ik volledig tevreden wakker.



Wie is Matthijs van Asselt?

Matthijs van Asselt is komiek, held en neus van beroep. Als hij zich niet afvraagt hoeveel vorken er in de wereld zijn, dan berijdt hij wel een groene tractor of geeft hij zomaar grasmaaiers weg via Facebook. Dat absurdisme typeert de schrijver Matthijs van Asselt waarbij niet alles lijkt zoals het is en zeker niet alles is zoals het lijkt en als het wel lijkt zoals het is, dan moet je er vooral niks anders achter zoeken, want het kan niet altijd raak zijn. Desondanks is Matthijs de absolute publiekslieveling van Het Schrijversgenootschap zoals Dirk Kuyt dat ooit bij Liverpool was. (JE / HdK) Volg Matthijs op Twitter →
Standard