Verhaal #660 • Afgesproken thema: HVA schrijfwedstrijd: Walrus

De verzameling van meneer Visscher

In samenwerking met de minor Creatief Schrijven van de Hogeschool van Amsterdam organiseerde Het Schrijversgenootschap voor het derde jaar op rij een heuse schrijfwedstrijd. Aan de studenten vroegen we om een kort verhaal te schrijven binnen het geweldige thema ‘Walrus’. Op nummer 1 is het verhaal De verzameling van meneer Visscher van Marije Catsburg geëindigd! Een juryrapportje vind je onder het verhaal.


De verzameling van meneer Visscher

Op een regenachtige zondagochtend klopten er twee politieagenten aan bij restaurant ‘De Meermin’, dat net buiten het gehucht Weerdekkersvaart lag.
‘Meneer Visscher, bent u daar?’ riep agent Voskuil. Hij klopte nog eens drie keer hard op de houten deur. ‘We zijn van de politie. Maakt u zich geen zorgen, we willen u alleen een paar vragen stellen.’
De deur ging langzaam en krakend open. Meneer Visscher stond in zijn pyjama in de deuropening. Zijn vette haar zat plat over zijn kruin gestreken en zijn rimpelige gezicht zat vol pigmentvlekken.
‘Nou? Wat willen jullie weten?’ vroeg hij.
Agent Zandstra stapte langs hem heen naar binnen.
‘We zijn hier omdat er een echtpaar vermist wordt, meneer. Ze zouden drie dagen geleden hier in uw restaurant gegeten hebben en daarna is er niks meer van ze vernomen.’
Ze observeerde het lege restaurant. Er stonden een stuk of tien houten tafeltjes, met aan elk twee houten stoelen. Tussen het spinrag op de muur hingen schilderijen van oude schepen en er hingen tientallen planken die vol stonden met kleine beeldjes van walrussen. In de raamkozijnen stonden kleine vuurtorens en stoffige replica’s van oude schepen.
‘Drie dagen geleden, hè? Ik herinner ze nog wel, ze hebben gevulde garnalen gegeten en zijn na zo’n anderhalf uur weer vertrokken,’ zei meneer Visscher.
‘Je weet gelijk over wie we het hebben,’ zei agent Voskuil.
‘Ik heb niet zo vaak klanten. Internet schrijft weinig positiefs over mijn eten, daardoor blijven ze weg.’
Agent Zandstra liep langzaam door het restaurant en bekeek de walrusfiguurtjes aandachtig.
‘U bent gek op walrussen, of niet? Dit zijn zeker tweehonderd beeldjes.’
Meneer Visscher kwam naast haar staan en pakte één van de kleine walrusjes van een plank.
‘Walrussen zijn fascinerende dieren, agent. Ik verzamel al twintig jaar alles wat met ze te maken heeft,’ zei hij. Hij wreef met zijn mouw over de kop van de walrus. ‘Deze hier heb ik gekocht bij een echte Inuit. Hij heeft hem met de hand gemaakt van een walrusslagtand.’
‘Handel in ivoor is verboden, meneer Visscher. Wist u dat?’
Meneer Visscher pakte een groter beeldje van de plank en hield het voor haar gezicht.
‘Deze heb ik zelf gemaakt, van steen. Echt mooie structuren krijg je helaas alleen als je een zeer specifiek materiaal gebruikt. Ik heb een Inuit het ooit zien gebruiken, maar in Nederland is het, laten we maar zeggen, moeilijk verkrijgbaar,’ zei hij. ‘Toch heb ik recent wat kunnen experimenteren ermee en het resultaat is werkelijk verbluffend.’
Agent Voskuil griste het walrusje uit de hand van meneer Visscher en zette het met een doffe dreun terug op de plank.
‘We zijn hier voor het vermiste echtpaar, niet voor een les beeldhouwen. Zou u nu zo vriendelijk willen zijn om ons uw keuken te laten zien?’
‘Goed, goed. Maar blijf van mijn beeldjes af, wil je?’ Hij leidde de agenten door een deur naar de keuken. ‘Kijk gerust rond. Ik ga me even fatsoenlijk aankleden.’
Meneer Visscher liep terug het restaurant in en de agenten hoorden voetstappen op een trap. Zodra hij buiten gehoorsafstand was, begonnen ze alle kasten open te trekken.
‘Vreemd figuur,’ zei agent Zandstra tegen haar collega.
‘Vertel mij wat. Er hangt sowieso een hele merkwaardige sfeer in het restaurant, vind je niet?’
In de kasten stonden een paar blikken tonijn waarvan de houdbaarheidsdatum al maanden verstreken was en in de lades lagen wat verroeste lepels en een paar botte messen. Het zag er niet naar uit dat meneer Visscher in staat was in deze keuken een fatsoenlijk gerecht te bereiden.
‘Geen wonder dat hij slechte recensies krijgt,’ grapte agent Voskuil. Hij draaide de sleutel van een bezemkast om en opende de deur.
‘Dit is al helemaal merkwaardig,’ zei hij, met zijn blik gefixeerd op twee jassen die op de vloer lagen. ‘Wat voor kleding droeg dat echtpaar donderdag ook alweer volgens het signalement?’


Het juryrapport

Het Schrijversgenootschap zegt het volgende over het verhaal De verzameling van meneer Visscher van Marije Catsburg:

Goed verhaal, want: Het beeld van het restaurant is echt goed neergezet. Goed de interesse gewekt van de lezer. Je wil weten wat er gebeurd is en daarom blijf je doorlezen. Uitstekende locatiebeschrijvingen. Ook die enge meneer Visscher, met zijn plakhaar, is heel goed gecast. Het creepy sfeertje in het restaurant voelt levensecht, en dat is best knap voor zo’n fantasievol verhaal.
Verbeterpunt: Kijk ook nog eens goed naar je beschrijvingen van handelingen. Een zin als ‘Ze observeerden het restaurant’ kan weg als je daarna beschrijft wat er in het restaurant staat.. Zo schrijf je nogal wat keren dat je personages dingen zeggen, pakken of opendoen. Hoeft allemaal niet en weglaten maakt het verhaal mooier, strakker. De agenten spreken clichématig en gekunsteld. Probeer ze een echte, eigen stem mee te geven. De zin over het moeilijk verkrijgbare materiaal en het recente experimenteren geeft iets teveel weg. Door de suggestie levend te houden, houd je ook het verhaal spannend. Nu weet je het al en kan de lezer daar eigenlijk al stoppen. En mocht er nog een sprankje suggestie zijn, is die aan het eind helemaal weg. Dat is zonde. Zet de lezer op het verkeerde been, wek suggesties, laat hem nadenken, maar onderschat hem niet.
Mooiste zin(sdeel): ‘Zijn vette haar zat plat over zijn kruin gestreken en zijn rimpelige gezicht zat vol pigmentvlekken.’


Wie is gastschrijver?

Dat ben jij! Nou ja, als je een beetje handig met woorden bent. Jouw verhaal ook op de website van Schrijversgenootschap De (Voorheen) Lege Bladzijde? Stuur je beste werk naar info@schrijversgenootschap.nl en laat je lezen!
Standard